“Het is een teken aan de wand dat het nog niet is geregeld”

Aanbesteding zorgtaken Bellingwedde nog altijd open einde

WEDDE – De oppositiepartijen SP en GroenLinks blijven zich zorgen maken over de aanbesteding van de WMO in de gemeente Bellingwedde. Wethouder Lea van der Tuin (CDA) zag zich onlangs genoodzaakt om de aanbestedingsprocedure stil te leggen aangezien de procedure hiaten bevatte en enkele partijen dreigden met een rechtszaak. Nu, amper vijf weken voor de belangrijke datum 1 januari 2015, weten zowel cliënten als het personeel van de zorginstellingen niet waar ze aan toe zijn.

 

De coalitiepartijen vertrouwen er vooralsnog op dat wethouder Van der Tuin de procedure alsnog in goede banen leidt. Volgens fractievoorzitter Stienus Melis (PvdA) zijn het beleidsplan en de verordening door de gemeenteraad vastgesteld en is het nu aan de wethouder om het uitvoerende deel in goede banen te leiden. Hij staat nog steeds achter het besluit van de raad om Bellingwedde de aanbesteding voor de WMO zelfstandig te laten uitvoeren, in plaats van de samenwerking te zoeken zoals de overige 22 gemeenten in de provincie Groningen wél hebben gedaan. “We voeren het hier uit zoals het eigenlijk bedoeld is”, stelt hij. “Het doel van de nieuwe wet is om zorg dichterbij de mensen te brengen. Wij hebben bewust gekozen voor kleinschalige zorg en willen dat dichtbij aanbieden. Dat is inderdaad een uitdaging, maar we gaan er vanuit dat het lukt.” Daar zetten de SP en GroenLinks hun vraagtekens bij. Eerstgenoemde partij laat bij monde van fractievoorzitter Mary Neef weten dat het vijf voor twaalf is. “Het is een teken aan de wand dat het nog niet is geregeld”, vindt ze.
“Het college is overmoedig te werk gegaan en heeft een plan wat eigenlijk gewoon niet kan worden uitgevoerd door de gemeente Bellingwedde. Dat verwijt ik het hele college.” Maar wethouder Van der Tuin heeft toch laten weten dat de zorg vanaf 2015 voor de inwoners van Bellingwedde gegarandeerd is? “Dat heeft ze inderdaad aangegeven”, weet Neef. “Alleen, het is zó kort voor de datum 1 januari 2015. Wat gaat er gebeuren met de cliënten vanaf die datum? En wat staat het personeel van de huidige zorgaanbieder te wachten? Dat is allemaal nog onduidelijk. Eigenlijk kan dat niet.”
Kop van Jut
Zo denkt Marja Bos, fractievoorzitter van GroenLinks er ook over. Diezelfde Marja Bos sneuvelde meer dan een jaar geleden op dit onderwerp. In een collegevergadering op dinsdag 27 augustus 2013 passeerden de toenmalige burgemeester Erik Triemstra (CDA), wethouder Jannes Buiter (PBB) en – jawel – Lea van der Tuin (CDA) hun collega. Wethouder Marja Bos zou volgens hen de aanbestedingsprocedure niet goed hebben doorlopen. In een collegevergadering – zonder de aanwezigheid van Bos – namen de overige collegeleden een besluit om de aanbesteding te verdelen over drie zorgaanbieders. Bos voelde zich gepasseerd en nam ontslag. Het CDA toonde daarop aan hoe verziekt de verhoudingen waren, want Bos kreeg ook nog een motie van wantrouwen aan de broek. In een historische raadsvergadering op donderdag 29 augustus 2013, die ruim acht (!) uur duurde en waar voorzitter Wim ’t Mannetje (VVD) omstreeks 3.30 uur ’s nachts de vergadering sloot. Het gevolg? Het zittende college had nog minder dan 48 uur om de aanbesteding alsnog goed te regelen. Dat lukte, met veel kunst en nog meer vliegwerk. Zorggroep Oosterlengte mocht tot 1 januari 2014 de huishoudelijke hulp blijven regelen.
Ruim een jaar later is Bos raadslid. In april 2014 waarschuwde Bos al voor de aanbesteding van de huishoudelijk hulp, omdat deze volgens de fractievoorzitter van GroenLinks niet goed zou verlopen. Ze begrijpt het standpunt van Melis (PvdA), die beweert dat het beleidsplan en de verordening door de raad zijn vastgesteld en dat het dus in handen is van Van der Tuin. “Technisch gezien heeft hij hier een punt”, geeft ze toe. “Maar er lopen twee trajecten naast elkaar. Het is wettelijk bepaald dat gemeenten vóór 1 november de WMO-verordening moesten vaststellen. Daarnaast zou ook voor die datum een goede overgang van cliënten en personeel naar een andere zorgaanbieder moeten zijn geregeld. Deze trajecten hebben duidelijk een relatie, lopen naast elkaar. Wat gebeurt er eigenlijk met de cliënten en het personeel? Dat is niet duidelijk. De raad heeft een controlerende taak, dus het kan er ook opnieuw iets van vinden. Het is kort voor 1 januari, erg zorgwekkend allemaal.”WEDDE-Rand-Bellingwedde