Onderwijsbegroting bezorgt bestuurlijk Hoogezand nodige hoofdbrekens

Hoogezand Erik Drent

Hoogezand Erik Drent

College heeft nog geen beslissing genomen

HOOGEZAND-SAPPEMEER – Het college van de gemeente Hoogezand-Sappemeer is zich momenteel aan het beraden over de toekomst van het onderwijs in haar gemeente. De meest concrete vraag hierbij is of de Jan Ligthartschool in Westerbroek en de Albrondaschool in Kiel-Windeweer opengehouden kunnen worden. Wethouder Erik Drenth is er nog niet uit. De komende weken zal moeten blijken of de beide dorpen een eigen openbare school houden.

Aanleiding voor deze discussie is het raadsbesluit wat in 2013 is genomen. De toenmalige gemeenteraad van Hoogezand-Sappemeer besloot om het basisonderwijs in de gemeente te verzelfstandigen en niet meer onder eigen beheer te besturen. In dat proces is afgesproken om de gemeentelijke bijdrage van 400.000 euro per jaar geleidelijk aan af te bouwen tot nul. Dat betekent dat de basisscholen in de gemeente Hoogezand-Sappemeer het met de Rijksvergoeding die bestemd is voor het basisonderwijs, inclusief de bijdrage voor kleine scholen mochten ze daarvoor in aanmerking komen. In tegenstelling tot wat Maakbaar Westerbroek vorige week in deze krant beweerde is er weldegelijk sprake van krimp op de Jan Ligthartschool, waar het leerlingenaantal is afgenomen van gemiddeld 80 leerlingen in 2011 naar 65 leerlingen in 2014. De prognose voor de toekomst is weliswaar stabiel met gemiddeld tussen de 64 en 66 leerlingen de komende jaren, maar daarmee is het probleem niet opgelost. Want het bedrag van 400.000 euro aan eigen bijdrage van de gemeente Hoogezand-Sappemeer dient in te krimpen, terwijl de Rijksbijdrage door de krimp aan de Jan Ligthartschool en de Albrondaschool ook wordt verlaagd. Dat houdt in dat deze scholen van vier naar drie FTE gaan. En dat heeft volgens wethouder Erik Drenth weer invloed op de kwaliteit van het onderwijs. “Voor ons is van belang dat we van de beschikbare euro’s het beste onderwijs aan de kinderen kunnen bieden”, legt hij uit. “Een school van 65 leerlingen kan vanwege de Rijksbijdrage maar drie leerkrachten in dienst hebben en dat is weer slecht voor de kwaliteit van het onderwijs. Met 80 leerlingen kun je dat wél bekostigen. Hoe groter het gat, des te groter het probleem. Daar zijn we in het proces tot verzelfstandiging van het openbaar onderwijs tegenaan gelopen.”

Spanningsveld

Het is volgens Drenth een ‘serieus probleem’. De wethouder onderwijs ging met deze boodschap naar de dorpen en legde dit voor aan de ouders van beide scholen. “Er is enorme energie in de dorpen ontstaan om de scholen in stand te houden”, vervolgt hij. “Onderwijskwaliteit is inderdaad maatgevend, maar een basisschool in het dorp is ook belangrijk voor de leefbaarheid. Een school heeft een sociale functie, daar zijn we ons ook zeker van bewust. Dat is tegelijkertijd ook het spanningsveld. Vanuit het beschikbare onderwijsgeld zullen we de scholen niet meer op deze manier kunnen financieren.”

Concreet gezien houdt drie FTE voor een basisschool in dat er drie combinatieklassen zullen ontstaan. De groepen 1 en 2 horen dan bij elkaar, de groepen 3, 4 en 5 worden dan in één klas geborgen en de groepen 6, 7 en 8 komen ook onder auspiciën van één leerkracht de staan. “De vraag is: moeten we dat willen met elkaar? De mensen die ik in onze onderwijsorganisatie spreek geven aan dat dit niet bevorderlijk is voor de onderwijskwaliteit.”

In het kader van ‘passend onderwijs’ onstaat er volgens de wethouder namelijk een probleem. Voorheen was het zo dat scholen hun leerlingen in drie niveaus indeelden om passend onderwijs te kunnen leveren. Feit is dat daar leerlingen vanuit het speciaal onderwijs bijkomen en daar komt dan een vierde laag bij. “In het slechtste geval is er dan sprake van twaalf niveaus in één groep”, aldus Drenth. “Dat is teveel van het goede, dat kun je simpelweg niet van een leerkracht vragen.”

Een school van 80 leerlingen is anno 2015 haast een vereiste om aanspraak te maken op een fatsoenlijke financieren. Daarmee wordt volgens Drenth de onderwijskwaliteit gewaarborgd. “Een denkbaar scenario is om de scholen open te houden om structureel extra financiering te vinden”, laat de wethouder weten. “Maar het is ook een denkbaar scenario dat de scholen moeten sluiten.”

Kortom, er is volgens de wethouder nog geen besluit genomen in het college van de gemeente Hoogezand-Sappemeer. “We koersen erop om 17 februari met een collegebesluit te komen”, weet Drenth. “Maar er is nog geen definitief besluit genomen. We wegen alle opties af en zullen dan met een besluit naar buiten komen.” De tijd dringt dus voor de CDA-wethouder. “Ik moet inderdaad bekennen dat ik er wel eens slapeloze nachten van heb”, vertelt hij openhartig.

Overigens velt het collegebesluit nog geen definitief vonnis over het wel of niet sluiten van de twee dorpsscholen. Eind maart vindt de definitieve besluitvorming plaats in de gemeenteraad van Hoogezand-Sappemeer. Pas dan weten de tientallen leerlingen, hun ouders en de leerkrachten of de twee dorpsscholen in Westerbroek en Kiel-Windeweer zullen blijven bestaan of niet.