Be Quick bouwt aan een nieuwe toekomst op oude fundamenten

Groningen – Nog een paar weekjes en het aloude Esserbergstadion ziet er weer spik en span uit. Een even kostbare als inspannende restauratie is op een haar na gevild. Het karwei staat symbool voor de revitalisering Be Quick 1887, dat op oude, glorierijke fundamenten bouwt aan een nieuwe toekomst. Die van een stabiele topclub in een schimmig nieuw voetballandschap, daar waar professioneel geleide ‘amateurclubs’ en verenigingen die amateurisme als ideologie uitdragen elkaar in competitieverband ontmoeten. Op voorhand een ongelijke strijd, want ook op dit podium zijn harde euro’s beslissend. Be Quick, waar broodamateurs worden geweerd, pakt desondanks die handschoen op. In de derde divisie. Het heeft geen geld, maar wel een kroonjuweel als wapen: een hooggewaardeerde jeugdopleiding.

Dat de jeugdafdeling van Be Quick er goed op staat, werd geaccentueerd met een prestigieuze landelijke onderscheiding: de Rinus Michels Award, vernoemd naar de inmiddels overleden toptrainer, die Ajax en het Nederlandse elftal naar grote hoogte stuwde. Het bijbehorende kleinood heeft uiteraard een prominente plek gekregen in de prijzenkast van de Good Old, die vooral gevuld is met trofeeën uit het roemrijke verleden van voor de oorlog. Toen de club om de haverklap noordelijk kampioen werd en zelfs een keer – als enige club in het Noorden – landskampioen, in 1920. Een prestatie die voor een noordelijke club niet meer te evenaren lijkt.

Echter, zoals FC Groningens directeur Hans Nijland pleegt te zeggen, op de wind van gisteren kun je vandaag niet zeilen. Vanuit die filosofie is op de Esserberg een koers ingezet die de Be Quick weer die grandeur van voorheen moet geven. Een filosofie geënt op een klassieke leus: Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst!

Nou, jeugd heeft Be Quick. Niet alleen qua kwantiteit, maar zeker ook gemeten naar kwaliteit. Alle hoogste jeugdteams spelen op een hoog nationaal niveau, met D1 momenteel als absolute blikvanger. Dit team, bestaande uit prille tieners, is zelfs doorgedrongen tot het allerhoogste podium, daar waar ook het grote Ajax is vertegenwoordigd. Een unieke prestatie, illustratief voor de ambitieuze aanpak van Be Quick als opleidingsinstituut. Een prachtige premie ook voor Wim Vos, die op de Esserberg hoofd jeugdopleiding is. De zoon van de vroegere internationale volleybalarbiter is één van de vaste kernwaarden van Be Quick geworden. Hij bewaakt en bouwt de jeugdcultuur uit, vanuit bevlogenheid en kennis van zaken.

Dat dat lukt, is op zich al opmerkelijk met FC Groningen op twee steenworpen afstand. Zeker, ook Be Quick moet de grootste talenten laten gaan naar de grote broer en andere bvo’s, maar die afroming heeft geen effect op de totale slagkracht van de opleiding. Een onafhankelijke meting bij de jurering van de Rinus Michels Award wees uit dat Be Quick qua doorstroming van eigen jeugd naar het vlaggenschip het hoogst scoort van alle amateursclubs in het land. In stad en ommeland is dat ook doorgedrongen. Net als in de grote tijden van Evert van Linge, Henk Plenter en Klaas Lugthart heeft Be Quick weer veel aantrekkingskracht op de jeugd. Met de Rinus Michels Award als meest recente pronkstuk, zal die alleen nog maar toenemen, is de verwachting. Vooral ook omdat Be Quick als nieuwbakken derde divisionist een mooi en uitdagend platform betreedt. Hoofdtrainer Mischa Visser heeft zelfs zo veel talent op de korrel dat hij een voorlopige selectie moest maken op basis van een teamfoto voor de presentatiegids voor komend seizoen. De redactie daarvan vond 44 spelers te veel van het goede. Visser stelde de afvallers gerust met de mededeling dat de foto geenszins bepalend was voor de definitieve selectie.

Hoe dan ook, het geeft aan dat Visser keuze te over heeft bij het samenstellen van zijn selectie voor het komende seizoen. En dat allemaal voor 100 euro per maand, het bedrag dat er per speler wordt betaald. Een minimale onkostenvergoeding, die moet voorkomen dat de witgehemde voetbaltalenten trainingsavonden aan zich voorbij laten gaan en vakken gaan vullen bij supermarkten. Of hun heil zoeken bij andere clubs, waar je écht serieus bij kunt verdienen. Zo werkt een club als HHC Hardenberg, een zaterdagaclub die is gepromoveerd naar de tweede divisie, met een begroting van zo’n slordige vier ton voor de eerste selectie. Be Quick, onthulde voorzitter Richard Fluri, moet het doen met een ton op jaarbasis.

Maar ook al zou er wel een schip met geld aanmeren aan de Rijksstraatweg tussen Haren en Groningen, dan nog gaat Be Quick niet mee in een betalingrace. Het trauma van het mislukte avontuur in het betaalde voetbal (1954-1964) is nog altijd niet verwerkt. Het leidde er onder meer toe dat Be Quick haar hele hebben en houden, het door oud-international en later architect Evert van Linge ontworpen stadion, noodgedwongen aan de gemeente Groningen moest verkopen om niet ter ziele te gaan.

Betalen van spelers, dat was eens maar nooit weer. De club laat zich dan ook niets gelegen aan de licentie-eis van de KNVB om minimaal zes contractspelers in de huidige selectie op te nemen. Be Quick weet zich in deze gesteund door hoogleraar sportrecht Marjan Olfers, die mede namens gelijkgestemde clubs als Koninklijke HFC (Haarlem), AFC (Amsterdam), HBS (Den Haag) en Hercules (Utrecht) de strijd aanbindt met de almachtige voetbalbond om deze voorwaarde van tafel te krijgen.

Vooralsnog is dit juridisch gevecht niet van invloed op toegang tot de derde divisie. Dus maakt Be Quick zich op voor een lang en loodzwaar seizoen, dat begint met deelname aan de eerste ronde van het toernooi om de grote KNVB Beker. Daarna gaat het om de punten in een competitie met liefst achttien clubs, dus 34 wedstrijden. Be Quick zit in de zondagse derde divisie, die op papier minder oogt dan de paralleldivisie op zaterdag, waarin clubs als Harkemase Boys, Spakenburg en Jong FC Groningen zijn ondergebracht. Clubs ook die wellicht voor meer verkochte entreekaartjes zouden zorgen, maar Be Quick opteert desondanks voor voetballen op zondag. Fluri: “Wij zijn altijd een zondagclub geweest en dat blijven we voorlopig ook. We willen best eens op zaterdagavond spelen, maar niet structureel.”

De Grote Vraag is of Be Quick met deze constitutie op kan tegen clubs die hun spelers wel goed betalen. Recentelijk, toen de derde divisie nog topklasse heette, moest de Good Old al na één jaar weer het veld op dit niveau verlaten. Mischa Visser, die toen ook al trainer was, weet niet wat hem komend seizoen staat te wachten. “Van de achttien clubs, kan ik er twee een beetje uittekenen; Quick ‘20 uit Oldenzaal en Juliana ’31 uit Malden. Van al die andere ploegen, zoals OJC Rosmalen en De Dijk, weet ik he-le-maal niets.”

Het wordt derhalve een sprong in het onbekende. Be Quick zal er echter bijtijds klaar voor zijn, het vertrouwt als nooit tevoren op haar eigen talenten. En het weet zich ook geïnspireerd door een prachtig gerenoveerd stadion. De spelers kunnen zich weer onder de hoofdtribune omkleden, daar waar toppers als Klaas Nuninga, Richard Brousek, Janos Bedly, Dick Roelfsema, Jacky Oldenstam, Huib Appel en de legendarische trainer Frank Lesley Talbot kleurrijke sporen hebben achtergelaten. Om vervolgens via een hall of fame en de nauwe spelerstunnel het veld te betreden, onder de tonen van Be Quick forever.

Ofwel: Be Quick is back! Op 129-jarige leeftijd de vitaliteit zelve.

Door: Dick Heuvelman