Donar en Lycurgus hebben nog slechts uitdagingen in Europa

 

GRONINGEN – Al na twee ronden in zowel de basketbal- als volleybalcompetitie zijn de kaarten geschud. Donar en Lycurgus gaan hun landstitels met succes verdedigen. Daarvoor hoef je geen helderziende te zijn. Beide Groninger zaalsportvlaggenschepen staan in eigen land op eenzame hoogte, getuige ook het gemak waarmee ze onlangs hun Supercups pakten.

Leuk voor Groningen, maar er zitten aan deze suprematie ook schaduwkanten. Competitie zonder spanningselementen is dodelijk als kijksport. Dus ook voor sponsors. Maar ook voor coaches en spelers. Want, zeggen zij, je kunt je alleen ontwikkelen als je regelmatig tegen toppers op moet boksen. En ja, vanuit die gezichtspunten bezien, zitten beide sporten in Nederland al een tijdje in de verkeerde waaier. De media besteden er nog slechts minimale aandacht aan. Gingen de ouvertures van zowel de Dutch Basketball League als de eredivisie volleybal ooit gepaard met voorbeschouwingen in de landelijke dagbladen, anno 2.0 kraait er amper nog een mediahaan naar. Alleen de uitslagen en standen worden fatsoenshalve nog meegenomen.

Ook de play-offs krijgen niet of slechts een paar regels aandacht. Achter de decoder van Ziggo krijgen basketbal en volleybal wel de nodige exposure, maar schijnen de kijkcijfers zeer marginaal te zijn. Want ja, wie zit te wachten op een live-verslag van, pak hem beet, Donar-Zwolle? Nog zorgelijker is de uitholling van de Dutch Basketball League qua kwaliteit. Dat heeft alles te maken met commercieel geld, dat steeds minder richting deze sport vloeit, in combinatie met de weggevallen interesse voor het basketbal in steden als (vooral) Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Ooit waren op het hoogste niveau acht Amsterdamse clubs aanwezig.

Zelfs in Den Bosch is de sjeu er vanaf gegaan. De recordkampioen van Nederland (16 titels) heeft dit jaar geen budget meer om potten te breken. Dat heeft de marketeer Bob van Oosterhout, die ooit in de Maaspoort commerciële zaken deed, zo veel pijn gedaan dat hij, eigenaar van het wereldwijd succesvolle sportmarketing bedrijf Triple Double, de noodlijdende Bossche club heeft opgekocht. Hij doet dit overigens niet uit een soort van goedertierenheid, maar bovenal vanuit zakelijk denken. Van Oosterhout is er heilig van overtuigd dat aan het ‘product’ basketbal ook in dit land een interessant verdienmodel kleeft, kijkend naar de populariteit van de sport in het grootste deel van Europa.
Vooralsnog is die populariteit in Nederland al jarenlang tanende. Alleen in Groningen, en in mindere mate Leiden en Zwolle, is de basketbaltent structureel goed gevuld. De rest van het eredivisietableau hang er maar een beetje bij. In naam is het een professionele competitie, maar in realiteit is het veredeld amateurisme. Zoals in Weert en Leeuwarden bijvoorbeeld, waar met kunst- en vliegwerk elk jaar weer een minimaal budget bij elkaar wordt gesprokkeld voor verlenging van een schier hopeloze strijd. Waren er tot de eeuwwisseling nog twaalf eredivisieclubs, tegenwoordig zijn het er met hangen en wurgen acht. Daarvan hebben er vier een dusdanig lage begroting dat ze in feite voor spek en bonen meedoen.

Met een kleine miljoen euro op jaarbasis is Donar verreweg de rijkste van dit octet. En in het verlengde daarvan ook de beste. Want in de Martinistad, de enige plek in dit land waar basketbal nog bruist, kan men een voor Nederlandse begrippen superieur team op de vloer brengen. Een verzameling huurlingen, met als fundament het maximale aantal buitenlanders. Expats die ook nog wat kunnen en daarom met de vingers in de neus weer Nederlands kampioen worden dit seizoen. Vorige week tegen Weert begon Donar daardoor zo ongeïnspireerd, dat de laagvlieger in de rust op voorsprong stond. In de tweede helft werd dit Limburgse varkentje echter alsnog even de oren gewassen. Een stevige Nederlandse competitie lijkt er niet meer in te zitten en daarom zou de basketbalbond nu eens serieus moeten denken aan schaalvergroting, ofwel een gezamenlijke competitie met Belgie en desnoods Luxemburg. Een BeNeLeague zoals je die ook al in het handbal en ijshockey hebt. Die optie wordt al jaren weggewoven onder het mom van ‘die Belgen willen niet.’ Maar ook bij de zuiderburen is de sport niet zo gezond als het lijkt en vanuit dat perspectief zouden de koppen best eens bij elkaar gestoken kunnen worden. Kwestie van goed lobbyen.

De enige manier om competitief meer vet op de ribben te krijgen ligt daarom in Europa. Donar is momenteel zelfs de enige club die Europese optredens kan bekostigen. Het valt ook te prijzen dat het huidige Donarbestuur meer accenten legt op Europese wedstrijden. Alleen is het dan weer van een betreurenswaardige kneuterigheid dat de grote aanhang hierin niet meegaat, gezien de teleurstellende bezoekersaantallen als er een club van over de grens naar Groningen komt. Het is in Plaza beter bezet als Aris er figureert dan bij een serieuze pot tegen bijvoorbeeld een Franse topploeg als Villeurbanne. Lycurgus zit in feite in hetzelfde schuitje als Donar, ook al heeft de eredivisie volleybal wel 12 ploegen in de aanbieding. Maar ook hier is Groningen inmiddels leidend. Niet zo zeer qua publiek, als wel als stad met inmiddels verreweg de beste club. In vergelijking met Donar proef je bij Lycurgus echter meer sportieve ambitie. Onder aanvoering van coach Arjan Taaij, geruggensteund door de even gedreven bestuursleden Jack Suiveer en Erwin Rob, wordt er meer werk van Europa gemaakt dan bij Donar. Zo zijn Suiveer en Rob druk doende MartiniPlaza vol te krijgen voor de eerste voorronde wedstrijd van de Champions league, 2 november tegen de Bulgaarse kampioen Dobrudja 07. Dat betaalt zich uit, want hoewel er nog twee weken zijn te gaan, staat nu al vast dat Lycurgus op (veel) meer toeschouwers kan rekenen dan Donar onlangs tegen het Estse Tartu Rock. Want de heren hebben ondertussen al zo’n kleine 3000 kaarten aan de man/vrouw gebracht, waar Donar bleef steken op 1800. En dan te bedenken dat Suiveer enkele jaren geleden nog bestuurslid was bij Donar. Daar vertrok hij uit solidariteit met voorzitter Rob Schuur, die opstapte omdat hij zich onheus bejegend voelde door de pers. Aan Suiveer heeft Donar een commercieel zeer bekwame bestuurder met heel veel kennis van (sport)zaken verloren, zo veel is wel duidelijk. Suiveer heeft een groot zakelijk netwerk, geeft zijn ogen goed de kost in de sportwereld en is regelmatig te vinden in Duitse basket- en voetbalbalarena’s, waar hij altijd weer wordt geïnspireerd. Met het trio Suiveer, Rob en Taaij als bevlogen routeplanners wil Lycurgus, ook internationaal, aan de weg timmeren. Daarom heeft Taaij het eerste accent dit seizoen niet gelegd op de Supercup en de eerste competitiewedstrijden, maar op plaatsing voor de groepsfase van de Champions League. Waarmee niet gezegd is dat dat ook lukt, want de tegenstand zal stevig zijn.

Echter, ook bij verlies zal Lycurgus haar blik de komende jaren vooral richten op Europa. Met name op de Champions League. Dat is het podium waarop de visionairs Taaij en Suiveer de stad Groningen een structurele plaats willen bezorgen. Alleen al die ambities uitspreken is on-Gronings, maar daarom des te lovenswaardig. Ondertussen wordt de begroting gestaag opgekrikt, dit jaar richting de half miljoen. Vanuit die optiek zou Lycurgus ook meer publiek verdienen in de reguliere competitie. Want hoe je het ook wendt of keert, in het Alfa Collega speelt toch maar even het beste club van Nederland. En, net als bij Donar trouwens, met attractieve spelers. Niet alleen buitenlanders overigens – daar zit weer een verschil – maar ook Nederlanders als Wytze Kooistra, en de kersverse internationals Just Dronkers en Auke van der Kamp. De conclusie van dit verhaal: Het zal mij geenszins verbazen als in de toekomst niet FC Groningen, niet Donar, maar Abiant/Lycurgus het internationale visitekaartje van Groningen wordt.

Dick Heuvelman