Verdeeldheid over koopzondag zorgt voor onrust Winkelcentrum Paddepoel

GRONINGEN – Het is nog lang niet rustig achter de schermen in Winkelcentrum Paddepoel. Een aantal ondernemers en de Vereniging van Eigenaren van het winkelcentrum staan lijnrecht tegenover elkaar over de maandelijkse koopzondagen. Een onlangs aangestelde troubleshooter moet de plooien weer gladstrijken. De VvE van het winkelcentrum heeft de laatste zondag van de maand aangemerkt als koopzondag en verwacht dat elke winkel geopend is. Winkeliers die dat niet van plan zijn, kunnen een boete van 500 euro per overtreding aftikken. Dat overkwam ook Gerard Platjouw van de Primera in Paddepoel. Zijn boete liep op tot ruim 10.000 euro. En die moet hij betalen, plus de bijkomende kosten, zo oordeelde de rechter in een rechtszaak die vorige maand diende. Platjouw legt zich er niet bij neer en gaat in hoger beroep.

Het is een lastige, de verplichte koopzondag in Paddepoel. Alle betrokken partijen hebben wel een goed onderbouwd argument voor hun stelling om wel of niet mee te willen doen. Om maar even te beginnen met ondernemer Gerard Platjouw. Hij runt de Primera in het overdekte winkelcentrum. Hij is niet voor niets ondernemer geworden. Hij wil vrij zijn. Zich niet iets op laten leggen door een Vereniging van Eigenaren. Platjouw wil zelf bepalen wanneer hij opengaat binnen de reguliere openingstijden van  het winkelcentrum. Hij heeft zich ook helemaal nergens aan geconformeerd, vertelt hij aan deze krant. Platjouw had, volgens de rechter, zelf bij de vergaderingen aanwezig kunnen zijn waarin er gestemd is over de koopzondagopenstelling. “Ik ben niet bij alle vergaderingen aanwezig geweest. Die gaan soms helemaal nergens over. Een speeltuinvereniging als je het mij vraagt. Maar toen de koopzondag op de agenda stond, was ik er. De bewuste vergadering waarin er gestemd zou zijn. Maar er is toen helemaal geen stemming geweest. In 2015 zijn we bij wijze van proef op een zondag opengegaan. Winkeliers konden met een poster op de ramen aangeven of ze wel of niet meededen. In 2016 is het zo ineens door de VvE verplicht gesteld. Wie niet opengaat wordt beboet met 500 euro. Dat vind ik van de zotte. Het levert niks op om op zondag open te gaan. Ik moet helemaal vanuit Bilthoven naar Groningen rijden voor een handjevol klanten. Daar ben ik tien uur mee kwijt. De schoenenwinkel hier, verkocht op de laatste koopzondag één tasje van 13 euro. De slager die samen met zijn vrouw in de winkel stond had 100 euro omzet en Eye Wish heeft helemaal geen klant gezien”, weet Platjouw die VvE-bestuurslid Paul Beeres, ook verhuurder van tien winkels in het centrum waaronder zijn Primera-zaak, de schuld geeft van de hele malaise. “Toen Beeres zich ermee ging bemoeien was het mis. Hij drukte de verplichting om open te gaan op de laatste zondag van de maand erdoor op straffe van boetes. Daarvoor hadden we een gezellig centrum met een prima sfeer onderling. Nu is er onrust over de openingstijden. Dat blijkt ook wel, want het is het nieuwe bestuur nog niet gelukt om ze voor dit jaar vast te stellen.” Platjouw zegt te weten dat sommige ondernemers wel ontheffing hebben voor de zondagopenstelling. “Ik heb een lijst van 42 bedrijven die omwille van geloofsovertuiging, geen personeel of economische gronden vrijstelling hebben van de koopzondag. En die ontheffing krijg ik niet. Een winkel die bij de ingang zit open moét zijn, luidt de reden.” Waarom Platjouw niet met zijn winkel verkast naar een plek buiten het overdekte winkelcentrum, zodat hij zich niet hoeft te conformeren aan de regels van een winkeliersvereniging of een VvE, willen we nog weten. “Nee zeg. Daar moet ik niet meer aan denken. Ik ben er wel klaar mee. Ik heb de zaak te koop staan.” De kosten die Platjouw zou moeten betalen zijn inmiddels opgelopen naar zo’n 28.000 euro. Hij probeert in hoger beroep alsnog zijn gelijk te halen. “Volgens mijn advocaat liggen er zeker kansen.”

De politiek liet zich al eerder uit over de kwestie. De CDA-fractie is verbijsterd dat ondernemers in winkelcentrum Paddepoel een boete van 500 euro krijgen als ze op koopzondag niet open zijn. Het Groningse raadslid en nummer 11 op Kandidatenlijst voor Tweede Kamer Anne Kuik schroomt niet om actie te voeren, liet ze weten aan Groot Groningen. ‘Het CDA vindt het onacceptabel’, schrijft Kuik aan het college. ‘Ik sprak met een aantal ondernemers en ik ben geschokt. Ondernemers mogen niet gedwongen om op de zondag open te zijn. We willen weten wat het college hier aan gaat doen.’ Ze wil in de bres springen voor kleine ondernemers die boetes van vijfhonderd euro opgelegd kregen vanwege het feit dat ze hun winkel gesloten hielden op koopzondag. Dat is in Paddepoel aan de hand, en daarover sprak ze onder meer ook bij Pauw. Veel geld, zeker voor de slager en de bakker. Voor de kleinere ondernemer dus. “Ik vind het absurd. We hebben in Nederland de mond vol over keuzevrijheid, en in deze zaak houdt politiek Groningen de kaken vooral op elkaar. Ik vind het onvoorstelbaar dat een grote partij de slager op kan leggen om zeven dagen per week te werken. In wat voor wereld leven we dan? De Raad verschuilt zich achter het feit dat het iets is tussen de VvE en ondernemers, dat vind ik onzin. Grote onzin zelfs. De koopzondag heeft de politiek mogelijk gemaakt. Het gaat ons dus als politiek wel degelijk aan. En bovendien; als dit geen politieke zaak is, wat is dan nog wel een politieke zaak? Waar het mij in de kern om gaat is, die koopzondag is er nu eenmaal, maar het kan toch niet zo zijn dat mensen verplicht worden om open te gaan. Iemand mag toch zelf beslissen om zijn winkel wel of niet te openen? Om wat voor reden dan ook hè, want dat vind ik niet eens relevant. Het is aan de ondernemer zelf om te bepalen wanneer hij open wil. Gelukkig worden de ondernemers hierin steeds breder gesteund. Om deze zaak kan ik echt ontzettend boos worden. Dan is er toch geen sprake van een eerlijke economie. Kleine ondernemers worden voor het blok gezet en kunnen eigenlijk geen kant op. Juridische stappen? Dat kan, maar dan gaan de financiën ook een rol spelen. Dan zijn ze nog meer geld kwijt aan de advocaat. Dit onderwerp is ondertussen ook in Den Haag aangekaart. In het winkelcentrum hebben we zoals bekend al actie gevoerd. We hebben vierduizend handtekeningen verzameld.” De in december gehouden vergadering tussen de VvE en de ondernemers om de boel te sussen liep op niets uit. Koos Nauta, die is aangesteld als troubleshooter moet proberen de neuzen weer in dezelfde richting te krijgen. Of dat gaat lukken is maar de vraag.

Paul Beeres, bestuurslid van de VvE en verhuurder van 10 winkelpanden in winkelcentrum Paddepoel begrijpt alle ophef niet. Wie zich in een winkelcentrum vestigt, heeft zich te conformeren aan het huishoudelijk regelement van de VvE, is zijn standpunt. “Wanneer ik in een flat ga wonen waar alle kozijnen wit zijn en ik wil die van mij rood maken, heb ik een probleem. Dat weet je van tevoren”,  stelt Beeres die vindt dat het CDA veel te voorbarig is met haar opvatting.  “Het CDA zou er goed aan doen om eerst eens een oor te luister te leggen. Het enige dat we vragen is om het huishoudelijk regelement na te leven. Het is officieel vastgesteld dat huishoudelijke regelementen van een winkeliersvereniging nageleefd moeten worden. Heeft een winkelcentrum niet zo’n vereniging, dan heb je je te conformeren aan de regels die de eigenaar, in dit geval de VvE, voorschrijft. We vragen niet meer dan dat. En dat doen we in alle redelijkheid en billijkheid. Wil iemand vanuit geloofsovertuiging niet open op zondag? Prima. Dan verwachten we dat diegene zich onthoudt van alle koopzondagen. Ook die van december als er veel geld te verdienen valt. Je kunt niet elf maanden gelovig zijn en één maand niet. We zijn altijd bereid om te luisteren, maar dat betekent niet dat we iedereen z’n zin geven. We zijn hier met 80, 90 winkeliers. We kunnen het onmogelijk voor iedereen goed doen. En heeft iemand echt een probleem? Dan komen we er altijd uit. Maar je moet wel met een goede reden komen. En niet met één uit het smoezenboek. In het geval van Platjouw ligt dat anders, hij zit met zijn Primera zaak bij de ingang van het winkelcentrum. Het is een aanfluiting wanneer de rolluiken dicht zijn en de lichten uit. Platjouw zegt dat het voor hem niet uit kan om open te gaan op zondag. Ik heb hem in de rechtszaal aangeboden de helft van de loonkosten te betalen. Maar weet je wat het gekke is? 88 procent van de boetes die hem zijn opgelegd hebben helemaal niets te maken met de zondagopenstelling. De door de rechter opgelegde boetes zijn niet op basis van de boetebepalingen van het huishoudelijk regelement, maar zijn opgelegd uitsluitend op grond van het standaard huurcontract met de huurder. Meneer Platjouw besluit ook maar zo op maandagmiddag vijf uur dat het genoeg is. Of draait de deur op de koopavond op slot. Platjouw wil vrij zijn. Maar dat kan niet in een winkelcentrum. Er moet duidelijkheid en eenheid zijn. Een klant die voortdurend voor een dichte deur staat komt niet terug. En bovendien, we moeten wel. Er is concurrentie zat in de nabije omgeving. Wie zich niet wil conformeren, kan beter verhuizen naar een plek buiten het winkelcentrum. Dan treffen we een overgangsregeling. Of Koos Nauta het probleem op kan lossen? Het is niet aan mij om daar iets van te vinden. Hij is voorgesteld door de mensen (een clubje van zo’n 10 ondernemers volgens Beeres) die bezwaar maken. Of hij spreekt namens alle ondernemers? Ik heb geen idee. Wij willen vooral rust.”

Volgens voorzitter Hans Gestel van de stichting winkelcentrum Paddepoel, die de belangen van winkeliers behartigt, zijn verreweg de meeste ondernemers voor zondagsopenstelling. Over de opgelegde boetes zegt hij: “Dat is iets tussen huurder en verhuurder. Het stichtingsbestuur is ook voor de zondagsopenstelling.” Puntje bij het paaltje is er nog steeds geen oplossing, dus geen rust in Winkelcentrum Paddepoel. En voor het hoger beroep dient, de rechter zijn definitieve oordeel velt over de kwestie Platjouw, zijn we ongetwijfeld maanden verder. Wordt vervolgd dus.