Mischa Visser exponent van nieuwste trainersgeneratie

HAREN - Voetbal, Be Quick, Topklsse zondag, stadion Esserberg, seizoen 2013-2014, 25-06-2013, Mischa Visser trainer

Jonge voetballers hebben zo hun dromen, jonge trainers ook. Neem Mischa Visser, de  30-jarige trainer van Be Quick 1887. Hij gaat voor het allerhoogste en daarom wil hij na dit seizoen een grens proberen te verleggen. De ambitieuze Stadjer houdt het  voor gezien op de Esserberg en hoopt zich elders verder te ontwikkelen. Het persbericht waarin vorige week de scheiding met de Good Old werd  geopenbaard, mocht dan wel enigszins verrassend worden genoemd gezien alle progressie van de laatste jaren, maar Visser is simpelweg toe aan een nieuwe uitdaging. “Ik had best door kunnen gaan bij Be Quick. Had ik weer een mooie selectie gehad, een geweldige staf en fijne spelers. Ik ben echter toe aan geheel nieuwe processen. Daarvoor moet ik, wil ik die leren beheersen, simpelweg naar een andere club.”

Waar die ligt, is nog ongewis. Hij heeft het tij in elk geval mee, want het jonge trainersgilde is gewild momenteel in voetballand. De Vissers van deze wereld brengen een verfrissende spelfilosofie, gekoppeld aan een wetenschappelijke aanpak, met zich mee. In de profsector staan (Duitse) trainers als Jurgen Klopp (Liverpool), Thomas Tuchel (Borussia Dortmund) en Julian Nagelsmann (Hoffenheum) daar model voor.

Ze zijn alle drie een lichtend voorbeeld voor Misha Visser, die – net als hij zelf – niet op een groot voetbalverleden kunnen bogen. Gelukkig voor Visser hoeft dat ook niet meer. De tijden dat alleen (goede) oud-profs op de cursus Coach Betaald Voetbal worden toegelaten, zijn voorbij. Vandaar ook dat Misha Visser zich zonder gêne heeft opgegeven voor de hoogste trainersopleiding binnen de KNVB. De belangstelling hiervoor is (heel) groot. Visser denkt aan tientallen kandidaten, waar slechts plaats is voor tussen de twaalf en zestien cursisten. Maar op basis van de selectiecriteria denkt de technische leidsman van Be Quick, als ook docent management en sportgezondheid aan de Hanzehogeschool in Groningen, een kans te maken.

Visser legt uit hoe de kandidaten worden gewogen. “Dat gebeurt aan de hand van een puntenstelsel. Je krijgt een x-aantal punten voor drie factoren: je ervaring als speler, voor je cv als trainer en voor je maatschappelijk functioneren. Dan zijn er twee beoordelingen op basis van gesprekken. Eén ervan gaat inhoudelijk over voetbal en het andere over managementvaardigheden. En tot slot is er ook nog een psychologische test.”

Visser denkt dat hij op basis hiervan kans maakt op toelating. Zeker, zijn carrière als voetballer mocht geen naam hebben. Die was op 14-jarige leeftijd eigenlijk al beëindigd als gevolg van een kruisbandblessure. Maar op al die vijf andere punten moet er toch wel een mooie score uit kunnen rollen. Met name bij Be Quick heeft hij  naam gemaakt. Toen hij als 26-jarige op de Esserberg als trainer werd aangesteld, werd menig wenkbrauw gefronst. Dat kon nooit goed gaan, zo’n broekie voor een groep selectiespelers bij een club die toch al niet als gemakkelijk te boek staat. Inmiddels, vier jaar later, heeft Misha Visser afgerekend met alle sceptici. Hij leidde de traditieclub naar de derde divisie. Met als bijzonderheid dat zijn club geen spelers betaalt, zoals vrijwel alle andere clubs dat wel doen om op dit niveau te kunnen spelen.

Visser is er terecht trots op. Het straalt ook op hem af. Onlangs sprak hij nog de trainer van UDI ’19, ook een derde divisieclub, in het Brabantse Uden. Het ging over de discutabele verplichting om tenminste drie contractspelers in je selectie te hebben als amateurclub in de derde divisie. Visser: “Niet alleen wij zijn daar principieel op tegen, maar bijna alle clubs in onze afdeling. Ook UDI ’19. Dat speelt met allemaal jongens uit het dorp zelf. Maar, zei hij erbij, we betalen wel hoor. Dat is gewoon nodig willen wij ze kunnen houden. De beste spelers van UDI, zo zei hij, krijgen 1000 euro per maand. Dat zijn trouwens peanuts bij wat Dennis Kaars verdient, de spits van koploper De Dijk. Die is goed voor 35.000 euro NETTO, exclusief premies.”

Dat is andere koek dan wat de spelers van Be Quicks vlaggenschip ontvangen: zegge en schrijve 100 euro per maand. Visser: “Ja, en dan moeten ze ook nog contributie betalen. Weliswaar krijgen ze daarop korting, maar in de praktijk komt het er op neer dat ze maandelijks zo’n tachtig euro krijgen overgemaakt. Ja, en dan komt er vroeg of laat een moment dat zo’n speler een aanbieding krijgt van clubs uit de regio die wel betalen, zoals HHC Hardenberg, Harkemase Boys, ONS Sneek en ACV. Vooral voor studenten is het verleidelijk daar te gaan spelen.”

Het is de keerzijde van het grote succes dat de traditieclub – de enige noordelijke landskampioen (1920) heeft met haar jeugdopleiding, de levensader van de club. Visser: “Jaarlijks gaan er gemiddeld vier spelers naar dit soort clubs. Nu is er bijvoorbeeld veel belangstelling voor Daan Driever, een jongen die gemakkelijk scoort. Hij is dan wel een telg uit een rasechte Be Quickfamilie, als hij zich verder kan ontwikkelen bij een club die hoger speelt, zie ik hem die kans wel grijpen. Als je het goed beschouwt, leiden wij bij Be Quick spelers op voor onze regionale concurrenten.”

Dat Be Quick zich desondanks kan profileren op het hoogste amateurniveau, komt doordat de jeugdopleiding ook elk jaar weer goede selectiespelers voortbrengt. Visser: “Dit jaar heb er ik er weer drie kunnen laten debuteren. Tot dusver is aanvulling nooit een probleem. Toch blijft het onbevredigend dat je elk jaar de beste spelers gratis en voor niets naar andere clubs ziet gaan, simpelweg omdat wij ze niet kunnen betalen. Ik vind toch, maar dat is persoonlijk, dat het bestuur van Be Quick daar nog eens goed moet naar kijken. We profiteren te weinig van onze fantastische jeugdopleiding.”

Zou dat ooit beter kunnen, dan ziet Mischa Visser Be Quick ook nog wel eens in de tweede divisie spelen. Talent zat en ook nog eens een mooi, aantrekkelijk stadion. Visser: “Dat stadion maakt toch wel indruk hoor, op de clubs die hier komen. Dat vinden ze prachtig. Alleen jammer dat ze dan voor een paar honderd man moeten spelen. We zouden best wat meer publiek verdienen, vind ik. Amateurvoetbal trekt echter niet meer, althans in een stad als Groningen. We hebben ook wel eens de zaterdagavond geprobeerd. Toen zaten er vijftig man. Dat is frustrerend.”

De wegblijvers missen trouwens wel wat, want de moderne manier van coachen brengt ook de nieuwste tactische snufjes met zich mee. Niet te zien in de Euroborg, maar wel op de Esserberg. Zoals de counter op de counter. Visser legt uit: “Gegenpressing noemen wij het ook wel. Het gaat er om het omschakelmoment van de tegenpartij in een zo vroeg mogelijk stadium te neutraliseren, als het even kan nog op hun eigen helft, en dan zelf snel omschakelen. Dat heeft ons al wat doelpuntjes opgeleverd. Want uit omschakelingen vallen tegenwoordig veel goals. Dat kost heel wat energie, maar die fitheid hebben we.”

Het zijn van die dingen die de nieuwe trainersgeneratie typeert, flexibiliteit. Visser: “De trainers van nu denken niet zo zeer meer in strakke systemen, zoals 4-3-3 of 4-4-2.  Wij kijken vooral naar de veldbezetting vanuit een bepaald spelprincipe. Dat heb ik niet bedacht, maar die aanpak komt van een trainer uit Portugal. Dat kreeg ik mee op een congres. Gewoon je oren en ogen open houden en dan kun je overal wel iets oppikken wat de moeite waard is.”

Mischa dankt Be Quick dan ook uit de grond van zijn hart dat hij de kans heeft gekregen zijn visie op de Esserberg te mogen uitstallen. Terugkijkend heeft hij een fikse stap voorwaarts gezet als trainer. Hoogste tijd om de lat hoger te leggen. Vooralsnog is de sky Vissers limit.

Door: Dick Heuvelman