“Wij gooien de handdoek niet. Hier in Westerbroek staan we voor elkaar”

WESTERBROEK – Voor heel even stond Westerbroek landelijk in de belangstelling. Vicepremier én lijsttrekker namens de Partij van de Arbeid Lodewijk Asscher spendeerde maar liefst 48 uur in het kleine dorpje onder de rook van Hoogezand-Sappemeer. En dat in verkiezingstijd. Westerbroek verdient dan ook wel wat extra aandacht, zo liet Asscher optekenen. “Niet alleen is dit een prachtig dorp, het is ook nog eens een symbool voor veel Nederlandse dorpen.” Daarmee doelt de PvdA-man op de zelfredzaamheid van Westerbroek. Heel even leek de leefbaarheid in het dorp de nek te worden omgedraaid. Buitenstaanders, de Hoogezander politiek incluis, hadden eigenlijk de handdoek al gegooid en het dorp spreekwoordelijk afgeschreven als leefbare gemeenschap. Totdat de Galliërs die het dorp bevolken de ruggen rechtten en besloten het tij te keren.

Het is december 2014 als wethouder Erik Drenth met lood in zijn schoenen naar Westerbroek trekt. In dorpshuis Aalmanshuus moet hij de dorpelingen vertellen dat er geen toekomst is voor de Jan Ligthartschool. Als het aan de wethouder ligt sluit de school zijn deuren. Te weinig leerlingen, zo luidt het oordeel. “Een klap voor de leefbaarheid in Westerbroek”, stelt voorzitter Rudy Sinnema van de Dorpsvereniging. “Je ziet het in meer kleinere dorpen. Er sluiten wat winkeltjes, er worden wat verenigingen opgedoekt, de school verdwijnt en het dorp vergrijst. Met alle gevolgen vandien. Wil je als dorp een kans blijven houden op een gezonde doorstroming en nieuwe gezinnen aantrekken, dan is de aanwezigheid van een school essentieel.” Sinnema, tevens voorzitter van de medezeggenschapsraad van de Jan Ligthartschool, liet het er dan ook niet bij zitten. “Samen met het dorp hebben wij de schouders eronder gezet en zijn we in verweer gekomen tegen de plannen van het college van burgemeester en wethouders in Hoogezand-Sappemeer. Dat hebben we gedaan door eerst het offensief te zoeken.” Samen met de inwoners van Kiel-Windeweer, die eveneens hun school op de tocht zagen staan, zijn de Westerbroekers de strijd aangegaan. Sinnema: “We hebben ingesproken tijdens de gemeenteraadsvergadering en dat ging er best hard om weg. Uiteindelijk hebben we het college zelfs beticht van onbehoorlijk bestuur.” Maar daar waar de lotgenoten uit Kiel-Windeweer bleven kiezen voor de harde weg, kozen de inwoners van Westerbroek voor de weg der rede. “Je wilt toch wat gedaan krijgen”, vertelt Rudy Sinnema. “Dan zal je het gesprek aan moeten gaan en met oplossingen moeten komen. Dus zijn wij aan het lobbyen gegaan en gaan praten met partijen die ons konden helpen.” Naast wethouder Drenth is er contact gezocht met de Vereniging Zelfstandige Dorpsscholen (VZD). “Met de VZD is er een plan gemaakt om de school voor het dorp te behouden. Een goed plan dat zijn voltooiing nadert.” Dat zag ook de wethouder, die besloot de school een kans te geven. “Wethouder Erik Drenth is uiteindelijk bijgedraaid en is bereid gevonden om toch te helpen”, weet Sinnema. “Hij heeft zich hard gemaakt voor het project en heeft er mede voor gezorgd dat de kans groot is dat de school blijft bestaan.” We merken dat de voorzitter een slag om de arm houdt. Wanneer we hem daarmee confronteren vertelt Sinnema lachend: “Dit is een spannend punt. Voor 1 april moet er een kloppend onderwijsconcept liggen, een sluitende begroting en een passend personeelsplaatje. Dat gaat overigens lukken! De contouren staan. En dan niet op basis van idealen en dromen, maar serieus en ‘inspectieproof’.” Er ligt een plan voor een hervorming van de school. Vernieuwend onderwijs is de sleutel, volgens Sinnema. “De Jan Ligthartschool moet onderscheidend zijn. Daarbij kan je denken aan les in de natuur. Er dus lekker even uit in plaats van altijd in de schoolbanken te hangen. Ook zie je dat er steeds meer andere zaken van leerlingen gevraagd worden. Er moet dus plaats zijn in de school voor de zogenaamde niet-traditionele vakken. Computeronderwijs is belangrijk en ook het leren programmeren behoort –hopelijk- straks in Westerbroek tot de mogelijkheden. De school moet een aanzuigende werking krijgen op de omliggende dorpen. Ouders moeten denken: ‘Mijn kind moet naar Westerbroek voor het basisonderwijs’. Er zijn kansen, wij zien die ook.” Het is heel traject dat is afgelegd. En dan te bedenken dat dat niet eens het enige project is dat zich afspeelt in Westerbroek. Naast de redding van de school, wordt er ook hard gewerkt aan de realisatie van nieuwbouw. Op de plek waar ooit de tennisclub haar wedstrijden afwerkte moeten straks twaalf duurzame woningen verrijzen. “Nadat de tennisclub verdween en de tennisbanen waren verpauperd, heeft de Dorpsvereniging de grond overgenomen”, vertelt Sinnema. “Onze plaatselijke projectontwikkelaar Jack Koster is daar vervolgens pro deo mee aan slag gegaan. Hij heeft nieuwe woningen ontwikkelt en gaat deze ook bouwen.” Net als de redding van de school had ook dit project behoorlijk wat voeten in aarde. Sinnema: “Je moet eerst het dorp er achter krijgen. Vervolgens de gemeente, de provincie en dan moet het nog gefinancierd worden.” De Galliërs uit Westerbroek zouden echter geen Galliërs zijn als ook dit niet was gelukt. “Ook deze plannen verkeren in een vergevorderd stadium”, vertelt Rudy Sinnema lachend. “Hierbij geldt: Westerbroek eerst. Inwoners van dit dorp die naar de nieuwbouw willen verhuizen mochten zich als eerste inschrijven. Een aantal hebben dat ook gedaan, waarna ook mensen van buiten de kans krijgen zich in Westerbroek te vestigen.” Heel even doemt de vraag op of het niet verstandiger zou zijn om alle woningen direct aan te bieden aan nieuwe inwoners. Immers, nieuwe aanwas betekent een impuls voor de leefbaarheid. “Die komt er sowieso”, stelt Sinnema. “De mensen die binnen Westerbroek gaan verhuizen verlaten hun ‘oude’ woning. Deze komen vrij. Er is straks dus gewoon ruimte voor twaalf nieuwe gezinnen in Westerbroek.” Een positief vooruitzicht, zo bevestigt hij. “Meer woningen betekent meer gezinnen, dus meer kinderen. Deze kinderen kunnen hier straks gewoon naar school, waardoor deze ook groeit en de leefbaarheid toeneemt. Daarnaast stroomt het geld dat de verkoop van deze nieuwe woningen oplevert richting de Dorpsvereniging, die het vervolgens weer in het dorp gaat steken.” Westerbroek heeft het tij weten te keren. Van een uitzichtloze situatie hebben de dorpsbewoners zich gemanoeuvreerd in een kansrijke positie. “Wij gooien hier de handdoek niet”, zegt Sinnema besluitvaardig. “Hier in Westerbroek staan we voor elkaar. Als ik morgen hulp nodig ben en ik post dat op Facebook, dan staan er zo een paar mensen klaar die bereid zijn de handen uit de mouwen te steken. Westerbroek is een blauwdruk voor hoe het moet.” Westerbroek als voorbeeld voor de kleinere dorpen in Nederland dus. Precies zoals Lodewijk Asscher tijdens zijn bezoek al aangaf. Een bezoek dat overigens niet uit de lucht kwam vallen. “Asscher heeft een actieve rol gespeeld in het geheel”, meldt Sinnema. “De PvdA wil de leefbaarheid van de kleine dorpen waarborgen. Asscher heeft zich ook voor ons ingezet.” Natuurlijk is het bezoek van de vicepremier gerelateerd aan de verkiezingstijd en kan hij de positieve exposure goed gebruiken. Zo goed staat de PvdA er namelijk niet voor in peilingen. “Al vraag ik me af of een dorp van zo’n 900 inwoners nu zo interessant voor hem is”, besluit Sinnema lachend. “Hij zal hier ongetwijfeld wat zieltjes hebben gewonnen, maar of het nu een grote impact maakt op het aantal stemmen dat hij landelijk krijgt weet ik niet.” Niettemin zet de PvdA haar programma kracht bij. De partij wil 100 miljoen euro uittrekken om initiatieven zoals in Westerbroek te ondersteunen. Daarbij dus wel de kanttekening dat we volop in de verkiezingstijd zitten en ook de PvdA uiteindelijk belangrijke punten zal moeten inleveren wil het deel gaan uitmaken van de coalitie. Dat maakt voor Westerbroek overigens weinig uit. De Galliërs in dat kleine dorpje tussen Groningen en Hoogezand hebben de weg omhoog gevonden en zijn vastbesloten deze lijn vast te houden.