Henk Nienhuis is overleden ‘Man, man, man, man…’

GRONINGEN - Voetbal, FC Groningen - FC Utrecht, Eredivisie , Noordlease stadion, seizoen 2016-2017, 25-02-2017, minuut stilte voor de overleden Henk Nienhuis

VEENDAM – Het liefst wil je dat mensen voor altijd blijven. Ze onsterfelijk zijn. Er altijd zijn, ook al zijn ze dan niet vaak zichtbaar meer. Alleen de gedachte dat ze nog onder ons zijn, is voldoende. Zo werkt het helaas niet. Onlangs verloren we wéér zo iemand van wie je hoopte dat ie onsterfelijk was: Henk Nienhuis. Het bericht sloeg in als een bom. Dat het minder met Henk ging, was al langer duidelijk. Het bericht dat hij dood is, wil je echter niet lezen. Niet geloven ook. Onwerkelijk. Iedereen kende Henk. Herinneringen aan een bijzonder man.

Ooit kreeg ik een hartgrondige hekel aan Henk. Die schreeuwlelijk. Bemoeial. Mijn favoriete trainer – aller tijden- Henk Bodewes. Daar gaat dit over. Als kleine mannetje stond ik zo’n beetje om de twee weken achter zijn dug-out. In zijn Appingedam tijd. Ik genoot van Henk. Hoe slecht de wedstrijd ook was, Henk maakte altijd alles goed. Mijn dag was helemaal goed als mijn vader – destijds verslaggever van het Groninger Dagblad- na afloop even met Henk sprak. Daardoor kende Henk mij ook. Hij zei ‘moi’ als hij mij zag en bleek na de wedstrijd een heel andere man dan in de anderhalf uur daarvoor. Henk was zwart of wit. Het moest zo, nooit anders. Hij brandde alles af als daar ook maar enige aanleiding voor was, wisselde spelers wel eens na een half uurtje als ze hun taak niet goed genoeg uitvoerden en was niet te beroerd om zijn mening te geven over de tegenstander. Heel veel later was hij eens mijn opponent. Ik assistent-trainer bij O.N., hij interim-trainer bij SVBO. We wonnen, Henk, ooit zelf coach bij Oranje Nassau, schold.
‘Altijd hetzelfde. Altijd hetzelfde. Het is godverdomme altijd zo. Speel je tegen een ploeg die er geen pepernoot van kan, en dan dit. Tegen zo’n gereformeerd ploegje. Man, man, man. En ik straks al die gereformeerden weer voor mijn neus.’
De woordjes – ‘man, man, man’- had ie van Henk Nienhuis. Dat Henk na successen bij Appingedam trainer van BV Veendam werd, was logisch. Nienhuis zag het helemaal zitten. ‘Henk staat voor aanvallend voetbal en karakter. Hij kent de streek en is fanatiek’, zei baas Nienhuis bij Henks aanstelling. De ellende begon echter toen de baas zich met de trainer bemoeide. Begon Nienhuis vanaf zijn vaste plaats op de tribune te schreeuwen dat Bodewes moest wisselen. Bodewes reageerde in de krant en noemde Nienhuis een feodaal heerser. Nienhuis eiste publiekelijke excuses en kreeg die. Het kwam daarna nooit meer goed tussen die twee. Later werd Bodewes alsnog ontslagen. RTV Noord legde het zo’n beetje live vast.
‘Ik ben al in stemmig zwart’, zei Bodewes toen hij het stadion betrad. Galgenhumor. Een uur later was hij ontslagen. De club koos voor Nienhuis. ‘Mijn voetbalhart bloedt’, zei Henk toen hij met z’n tasje Veendam verliet. ‘Maar verder ben ik blij van deze soap verlost te zijn.’
Ik haatte Henk Nienhuis. Hij had mijn ‘vriend’ Henk Bodewes kapot gemaakt.

Al ver daarvoor zat Nienhuis eens achter me op de tribune van een amateurclubje. Mijn clubje. Ik was denk ik net in de dubbele cijfers en keek naar mijn idool: Albert Koops. Met Valthermond speelde hij op eigen veld tegen FC Groningen2. Nienhuis was er namens Veendam. Hij kende Albert. Had ie al als speler gehad bij Veendam. Hij kende Valthermond, hij was er trainer geweest. En alsof het zo moest zijn, ging hij recht achter me zitten om het duel te bekijken. Prachtig. Nienhuis ergerde zich aan de instelling van de spelers van FC Groningen en bewierookte ‘onze Albert’. ‘Beste voetballer. Maar ja..’, zei hij er achteraan. Toen Albert na een uurtje voetbal de 1-1 binnenschoof, ging Nienhuis letterlijk staan en applaudisseerde.

‘Hee Nainhoes’, riep een supporter. ‘Bliefst wel van Albert af hè. Lot hom hier.’
Nienhuis draaide zich om en stak een duim op. ‘Hij kan nog met gemak mee bij ons’, zei Henk vervolgens tegen zijn buurman. ‘Maar ja. Ik begin er niet weer aan. Hij heeft me teveel andere hobby’s.’ Uiteindelijk won FC Groningen na strafschoppen. Onterecht. ‘Man, man, man. Wat een aanfluiting. Ik liet ze naar huis lopen’, brieste Nienhuis toen hij –n in lange jas- de tribune afdaalde. Hij doelde op de spelers van FC Groningen.

Henk Nienhuis. Heel Oost Groningen heeft herinneringen aan hem. Ik ook. Zelfs aan een radiogesprek dat hij voerde met een mevrouw van Noord. Het was ’s morgens, ’s avonds speelde Veendam dé wedstrijd tegen Willem 2. Henk was ontspannen, ik kan me zijn uitspraken bijna letterlijk voor de geest halen. Hij vertelde straks even een krantje te halen in het centrum en merkte dat voetbal echt leefde in Veendam. ‘Ik kan dat krantje amper nog normaal halen. Mensen beginnen te zingen. ‘Veendam naar de Eredivisie’, hebben ze een speciale yell voor’, zei Henk. Na Henk’s laatste zin werd clublied ‘Aan de Langeleegte’ gedraaid. Henk zong- zag ik toen zo voor me- thuis uit volle borst mee.

Die avond promoveerde met zijn ploeg. Het ongelooflijke gebeurde. Boy Nijgh scoorde. Bijzonder knap werk van Nienhuis, die het weliswaar deed met wat spelers van FC Groningen, maar ook gewoon met Jan Redmeijer van BATO en Sape Hoekstra uit Winschoten. Henk maakte er een ploeg van. Hij trainde keihard, zorgde voor sfeer en – dat werd wel eens onderschat- wist ook gewoon hoe het spelletje gespeeld moest worden. Henk hield bovendien van hard trainen. Toen bijzonder, nu terug in de mode. Bij Henk stonden de spelers in de voorbereiding wel eens te kotsen. Raymond Verheijen? Die kenden Henk niet. Periodisering werd toentertijd slechts in verband gebracht met de maandelijkse ongemakjes bij vrouwen.

Nog een herinnering. Op de televisie. Henk als directeur. Henk is te zien bij hoofdsponsor Kroon Worst. Henk eet een worstje. Henk heeft de selectie in orde. Henk zit op de tribune. Beneden wordt het gras gemaaid. ‘Wij hebben de voorwaarden gecreëerd, het is nu aan de heren. En oh wee als ze er een potje van maken. Dan weet ik ze te vinden’, legde hij de trainer alvast wat druk op trainer en spelers. Henk hield wel van publiciteit. Henk is de hartslagmeter en de ereronde als trainer van Veendam in het Oosterparkstadion. Hij was het die in een zinderende slotfase nog gewoon even een interview gaf aan Harry Vermeegen. Hij was het die na de goal van Boy Nijgh al een ereronde liep. Alsof hij zelf gescoord had. Hij kreeg een beeld van brons in het stadion en hij was er gewoon altijd. Zijn stem herkende je uit duizenden. Mooie zinnen gevolgd door het onvermijdelijke ‘man, man, man’.

Later werd ik even trainer bij Nieuw Buinen. Daar waar Nienhuis opgroeide. Daar noemden ze hem vroeger Boertje. Ze spraken met respect over Henk. Nienhuis kwam zo nu en dan wel eens kijken bij de club. Aty en Appie zaten dan bij hem. Schipper en Rasters waren de Nienhuisjes van Nieuw Buinen. Zeker Appie had veel van Nienhuis. Dat verbetene, fanatieke. Ten koste van alles willen winnen. Henk was populair in Nieuw Buinen. Meer in elk geval dan Johan Derksen, die er ooit ook gewoond scheen te hebben. Daar hoorde je echter nooit iemand nog over. Over Boertje Nienhuis wel. Niets dan respect.

Henk is dood. 75 jaar. Henk, de multimiljonair met zijn hondjes en zijn huis in Spanje. Over Henk zei men de laatste jaren wel eens dat hij een boef was geweest. Opeens had hij allerlei spelers van Veendam onder contract, was hij zaakwaarnemer. Het zal allemaal wel. Ik vond Henk een mythe. Uniek. Toch had ik hem ooit nog graag één vraag gesteld.

Waarom redde hij zijn club eigenlijk niet?
Vincent Muskee