Willie (en toch ook Willem): boegbeeld van DWS Stadskanaal

 

STADSKANAAL – Mensen met een beperking die aan sport, spel of recreatie willen doen, kunnen terecht bij DWS in Stadskanaal. Door Wilskracht Sterk. Wie DWS en zwemmen in een en dezelfde zin noemt, komt automatisch uit bij Willie en Willem Huizing. Willie die al ‘eeuwen’ zwemtrainer van de wedstrijdgroep van DWS is, Willem die jarenlang als chauffeur dienst deed. Ze lijken behalve met elkaar ook gehuwd met club en zwemmers. Maar; ondertussen zijn ze beiden al in de zeventig. De gezondheid heeft Willem al meer dan eens in de steek gelaten en chaufferen is er bijvoorbeeld niet langer bij. Willie is nog fit, traint haar zwemmers nog steeds met heel veel plezier maar maakt zich ondertussen grote zorgen over de toekomst. Bovendien hoopt ze dat een langgekoesterde wens alsnog in vervulling gaat. Verhaal over Willie en Willem, over twee super vrijwilligers.

Zorgen dus, al praat ze er eigenlijk liever niet over. Heeft ze het liever over de topprestaties die haar zwemmers steeds maar weer leveren. Heeft ze het over al die wedstrijden en al die ervaringen die ze opdeed gedurende de afgelopen tientallen jaren. Maar: regeren is vooruitzien. Willie kijkt verder dan haar eigen polsstok lang is. ‘Ik heb het onlangs aan den lijve ondervonden. Ik kreeg een ongelukje en mijn schouder was ontwricht. Dat betekende dus dat de arm in de mitella moest. Ik heb vervolgens geprobeerd om voor de dinsdagavond, mijn vaste trainingsavond in het Pagedal, een vervangende trainer te vinden. Wat denk je? Niemand dus. En dus stond ik zelf gewoon aan de rand van het bad. Arm in de lichter en met de nodige pijn. Ik wilde hoe dan ook de training door laten gaan. De zwemmers genieten elke week weer, dat wilde ik ze niet onthouden.’ Typisch Willie. De zwemmers zijn meer voor haar dan gewoon een groepje sporters. Ze houdt bijna letterlijk van de mensen die beter willen worden en daarbij soms wat hinder ondervinden van een rugzakje, zoals Willie dat noemt. ‘Wat als ik stop’, vraagt ze zich ineens hardop af. ‘Ik zou niet weten wie dan voor de groep moet staan. Niet omdat ik niet te vervangen ben, integendeel zou ik bijna zeggen, maar er zijn gewoon heel weinig mensen die tijd vrij willen of kunnen maken. En dan?’

Willie zal ongetwijfeld zelf wel met een antwoord komen, als het zover is. Als het aan de goedlachse trainster ligt, duurt het echter nog jaren voor het echt zover is. Maar: een ongeluk zit een klein hoekje. Naast haar zit haar man Willem. ‘Ik was altijd chauffeur naar de wedstrijden en deed wat andere klusjes. Om Willie een beetje te ondersteunen. Ik heb echter bepaald geen geluk gehad de afgelopen jaren. Heb onder meer een Tia gehad en kan nu dus niet meer rijden. Komt er dus nog meer op de schouders van mijn vrouw terecht. Jammer, maar het is niet anders. Hoe graag ik ook wil.’

Doorgaans komen vrijwilligers van sportverenigingen als DWS via eigen kinderen in aanraking met de club. In het geval van echtpaar Huizing ligt dit anders. Hun twee zoons zijn ‘gewoon’. ‘Familie van ons hielp bij vakanties op Ameland voor mensen met een beperking. Op een bepaald moment was er een tekort aan vrijwilliger. Hij opperde vervolgens of het niet iets voor ons was. We hebben het maar gedaan en zo is het balletje gaan rollen. En dat terwijl wij toch ook eerst aangeven in principe niets met deze doelgroep te hebben. Ondertussen zijn we al veertig jaar bij die vakanties betrokken en dus al jaren en jaren bij DWS, nadat ik eerst trainer was bij ZPC Stadskanaal.’

En dus staat Willie elke dinsdagavond aan het water. Ze houdt zich voornamelijk bezig met de wedstrijdzwemmers, een nogal gemeleerd gezelschap met een aantal vaste waarden. Wat te denken van Siewert Smid. Van Tineke Pepping en van GHeert Koops. ‘Geert is al in de zestig. Hoewel ik probeer de zwemmers beter te maken, is dat voor iemand van in de zestig wat lastiger. Ik heb diep respect voor Geert. Hij is sportman pur sang. Herinnert zich nog alle wedstrijden en prestaties, geweldig om mee te werken. En hij doet behalve zwemmen ook nog aan judo. Wát een sportman is dat zeg’, zegt Willie.

Toch zal de goegemeente niet weten wie Geert is. ‘We krijgen’, haakt Willie in, ‘veel te weinig aandacht van de media. Als we een wedstrijd gezwommen hebben, maak ik altijd een verslag en voeg ik bij dat verslag wat foto’s. Die gaan behalve naar de zwemmers en naar het bestuur van de club ook naar de lokale media. Het is teleurstellend hoe weinig je er van terug leest. Vaak niets, soms een paar regeltjes. Maar: ik laat me niet uit het veld slaan. Nooit. Ik blijf gewoon schrijven, ook die paar regeltjes kunnen soms al heel waardevol voor de sporters zijn.’

Willie geniet. ‘Als ik zie hoe blij ze zijn met elke medaille en elk vaantje dat ze winnen, dan smelt ik. Ik weet hoe de ‘gewone’ sporters met vaantjes en medailles om gaan. Soms liggen ze al op het sportpark in de prullenbak. Als een van mijn sporters een medaille wint, dan gaat die mee naar het werk. Dan moet iedereen die medaille zien, de verhalen horen. Ze zijn enorm trots. Mijn zwemmers proberen zich te verbeteren. De lat voor zichzelf steeds hoger te leggen. En natuurlijk doen we aan wedstrijden mee met de Olympische gedachte in ons achterhoofd. Maar geloof maar dat ze allemaal willen winnen. Ander verschil met de reguliere sporter is ook dat deze doelgroep zich veel sneller bij ‘verlies’ neer kan leggen. Als het vaantje komt, zijn ze hun vijfde, zesde of zevende plek zo weer vergeten. Ze gunnen de winnaars hun medailles. Uit de grond van hun hart.’

Willem lacht en knikt. Vaak is hij er bij, bij wedstrijden en uitstapjes. Tijdens de meer dan veertig vakanties. ‘Je moet deze mensen een beetje aanvoelen’, zegt hij met enig gevoel voor understatement. ‘Je moet iets met ze hebben, zij iets met jou. Maar: we zijn heel duidelijk hoor. Willie is van de orde, regels en van de afspraken. En ik herinner me goed die momenten dat ik het busje even aan de kant van we de weg parkeerde als er mot was. Dan maakte ik ze heel duidelijk dat het afgelopen was. Duidelijkheid is belangrijk voor de doelgroep. Ach weet je, mijn rol is altijd beperkt gebleven. Hand- en spandiensten. Maar wat deed ik het graag. Jammer dat niet alles nog kan. Maar waar mogelijk ondersteun ik Willie.’

Willie is een positief ingesteld mens. Ze ziet altijd die zonnige zijde. Wie langer met haar praat, voelt soms, al geeft ze dat zelf niet toe, ook een beetje frustratie. ‘Nou ja, frustratie is het niet. Noem het verwondering. DWS is een leuke club, maar organisatorisch is er nog veel te winnen. Wij hebben bijvoorbeeld helemaal geen sponsoren. Als ik vergelijkbare clubs zie en wat die allemaal voor elkaar krijgen, dan ben ik best een beetje jaloers. Soms voelt het wel alsof ze er maar van uit gaan dat Willem en ik het allemaal wel regelen. Vaak is dat ook zo, maar wij kunnen ook niet alles. Zelf zou ik met de zwemmers graag een keer de grens over willen. Een wedstrijd in bijvoorbeeld Italie, dat zou geweldig zijn. Maar dan moet je wel met sponsoring aan de gang. Moet je de boer op. Dat mis ik wel eens, net dus als een stuk ondersteuning. Zorgen delen is al iets. Dat lucht al op. Ik hoop dat de club mee gaat denken over de toekomst. Over mijn opvolging. Over extra activiteiten. Maar goed; ik geniet hoor. Elke dinsdag, elke wedstrijd. Van de progressie die geboekt wordt en van de sfeer. Van de mensen. Van eigenlijk alles.’

Willie baalt van het feit dat niet iedereen met een beperking kan sporten. ‘Stel dat je in een gehuchtje woont. Met één sportclub. Vaak merk je dan ook nog eens dat de bereidwilligheid om iemand die een beetje anders is, niet meteen op te vangen. Ik pleit er voor dat elke club van gemiddelde omvang plaats biedt aan mensen met een beperking. iedereen moet kunnen sporten, iedereen moet mee kunnen doen. Veelal zien clubs meteen een peloton beren op de weg. Zuchten en kreunen ze bij de gedachte dat er voor één persoontje wellicht een extra begeleider mee moet. Net zoals mensen met een lichtere beperking maar dus wel gediagnosticeerd, op voorhand al laag ingedeeld worden. Snap ik ook niets van.’

Willie en Willem; het zijn ‘meneer en mevrouw DWS’. Boegbeelden, supervrijwilligers met een hart van goud. Clubs moeten ze koesteren.
Dat is iets heel anders dan alleen gebruik van ze maken.

Vincent Muskee