Zeldzame kolonie grootoorvleermuizen zwerft door Sterrebos Groningen

GRONINGEN – De Vleermuiswerkgroep Groningen heeft in het Sterrebos van Groningen een verblijfplaats van een groep grootoorvleermuizen gevonden. Deze soort vleermuizen is erg fotogeniek dankzij zijn/haar grote oren, maar het is een vrij zeldzame soort, die ook nog eens moeilijk te vinden is. De groep van achttien grootoren gebruikt meerdere bomen in het donkere deel van het bos: ze zijn vier keer gesignaleerd bij één boom, eenmaal bij een tweede en naar de precieze locatie van een derde boom wordt nog gezocht. Voor deze soort is het middelgrote groep. Boombewonende vleermuizen wisselen wel vaker van boom; een boom met veel gaten biedt ventilatie bij erg warm weer terwijl een andere boom juist droog blijft bij regen. Er zijn uit eerdere jaren verschillende incidentele waarnemingen van grootoren in het Sterrebos bekend. Als deze soort zich als kolonie in het Sterrebos gevestigd heeft, is de vondst spectaculair te noemen, temeer daar de vleermuiswerkgroep nauwelijks van kolonies van deze soort kent. Vele jaren geleden zijn er kolonieplaatsen langs het Ruiten A kanaal aangetroffen en is er een op het zoldertje van het rijtuigmuseum in Nienoord geweest.

Het Sterrebos verschaft onderdak en voedsel aan zeven van de tien soorten vleermuizen die in de provincie Groningen voorkomen en is daarmee een van de toplocaties. De vleermuiswerkgroep is van mening dat de voorgenomen kap van de noordrand van het Sterrebos voor de aanleg van een tunnel het bos verder zal aantasten en de plannen voor een groot grasveld, met rozenperken en enkele boomgroepen op de zogenaamde deksels van de tunnel geen compensatie, laat staan ecologische verbetering voor de vleermuizen oplevert. De oudste delen van dit bos stammen uit 1765, de inrichting met de heuvels en een vijver dateren uit 1882-1883. In 1964 is de zuidelijke ringweg aangelegd ten koste van het Sterrebos. De tunnel-met-deksels zou tot ecologisch herstel van het bos moeten leiden. De vleermuiswerkgroep voorziet echter dat de geplande inrichting van het zogenaamde Zuiderpark tot een verdere achteruitgang voor vleermuizen zal leiden omdat aantal en kwaliteit van de nieuwe aanplant veel minder voedsel en woongelegenheid zal bieden vergeleken met wat er gekapt zal worden.

De grootoorvleermuis is een vrij grote vleermuis voor Nederlandse begrippen, met een spanwijdte van 25-30 cm. De oren van deze vleermuis zijn ca. 4 cm lang, bijna net zo lang als het lijf en veel groter dan zijn kop. In rust houdt de vleermuis zijn oren naar achteren gebogen; ze lijken dan wat op de hoorns van een ram. Kort voordat hij gaat vliegen gaan de oren rechtop. Dankzij die grote oren kan hij een spin over een blad horen wandelen of een motvlinder die met zijn vleugels wappert direct horen, dus zelf zonder ultrasone geluiden te maken en de echo’s op te vangen. De grootoorvleermuis kan als een helikopter of een kolibrie in de lucht hangen, terwijl hij luistert of er iets te eten valt. Zo gauw het insect een poot of een vleugel beweegt plukt de vleermuis hem van zijn zitplaats.

De meeste andere vleermuizen maken voortdurend ultrasoon geluid tijdens het vliegen en kunnen alleen insecten vinden en vangen afgaande op de weerkaatsing van het geluid tegen het insect . De grootoor maakt alleen heel zacht echogeluid om te weten waar bijvoorbeeld de takken van de bomen zijn. Dat geluid is zó zacht, dat een vleermuisdetector het geluid van een jagende grootoor alleen hoorbaar kan maken, als het dier op minder dan 5 meter afstand langs vliegt.

Er is één uitzondering op de zachte geluiden die de grootoor maakt: bij het verlaten van de kolonie (in de zomer een boom of rustige kerkzolder) maakt de grootoor wel veel kabaal: de harde klappen zijn met een vleermuisdetector tot op 40 meter waarneembaar. Voor de winterslaap zoekt de grootoorvleermuis bij voorkeur kelders, bunkers of grotten op. Het is bekend dat er in de bunker op het Rabenhauptterrein tegenover het Sterrebos, regelmatig enkele grootoorvleermuizen overwinteren.