Henk Bodewes en de veel te vroege dood; de hartelijke, vriendelijke tiran

GRONINGEN – Hij mocht maar vijftig jaar worden. Had nog een heel leven voor zich. Pal voor zijn dood zei hij er – tijdens Eurovoetbal- iets over. Dat hij het zelf ook oneerlijk vond allemaal. Toen al wist hij dat hij zou gaan. De lymfeklierkanker was niet langer te behandelen, hij wist wat zou komen. Henk Bodewes blies al op vijftig jarige leeftijd zijn allerlaatste adem uit. Daarmee verloor Groningen een bijzonder mens en een geweldige oefenmeester. Een man die over lijken kon gaan, maar ook een warme, vriendelijke kant had. En de man die botste met Henk Nienhuis, ontwikkelingswerk deed in Kenia, in dienst was van Ajax en werkte in Afrika bij Ajax Cape Town.

In Afrika voelde Henk zich als een vis in het water. Opmerkelijk, want Bodewes was iemand die perfectie nastreefde. Toen Bodewes in Afrika kwam, was het er een chaos. Leo van Veen was hoofdtrainer, Henk diende de jeugdafdeling op te zetten. En dus zat hij op een tuinstoel op een zandvlakte naar voetballende kindertjes te kijken. De kinderen in blote bast, Henk in Ajax-tenue. En desondanks voelde Henk zich er prima. Het uitzicht vanaf zijn appartement was adembenemend en beetje bij beetje lukte het hem iets van een gestructureerde opleiding neer te zetten. Een ding bleef hij doen. Henk pompte altijd zelf de ballen op. ‘Of ze zijn te hard, of te zacht’, zei hij. En dus deed hij het zelf, zoals Henk heel zijn leven reed in een auto met een zak vol ballen in de kofferbak. Je wist immers nooit.
Afrika. Het deed Henk goed na alle tumult bij Veendam. Veilig was het er overigens niet altijd. Zo vertelde Henk eens dat hij vanuit zijn garage zo de weg op draaide, maar hopen dat er geen auto aan kwam. In Afrika was het namelijk niet handig stil te staan. Overvallen en ander malheur waren er toen al aan de orde van de dag. Tegen de kindertjes op het zand was Henk heel aardig. Toen hij later eens met de jeugdploeg van Ajax Cape Town deelnam aan Eurovoetbal was Henk weer Henk. De trainer die zijn spelers verrot schold als daar aanleiding voor was. Die spelers na een kwartiertje wisselde en die onomwonden zijn ploeg af kon branden. Henk had misschien wel mediatraining gehad, hij trok zich er nooit iets van aan. Nooit maakte Henk de zaken mooier of beter dan ze waren.
Dat Henk Bodewes een goede trainer was, dat was al snel bekend. Bezeten, iemand die een team neer kon zetten en altijd zorgde voor een hecht collectief. Tactisch sterk en ondanks zijn soms bikkelharde aanpak geliefd bij alle spelers waarmee hij werkte. Al heel jong werd hij na wat clubs in het amateurvoetbal getraind te hebben assistent-trainer van Henk Nienhuis bij Veendam. Hij promoveerde met de club naar de Eredivisie en maakte een seizoen eredivisievoetbal mee. Bodewes werkte in de schaduw van zijn baas Nienhuis, die alle aandacht opeiste. Toen al leek een ding helder: ooit zou Henk trainer/coach van BV Veendam worden. En dat werd hij.
Niet echter voor hij Appingedam op de kaart zette. Een periode die zijn weerga niet kent. Waarover nog steeds gesproken wordt. Een huzarenstukje van ongekende omvang. Aan de hand van Bodewes werd Appingedam een voetbalbolwerk. Bodewes formeerde een selectie die bol stond van fysieke kracht en mentaliteit. Tactisch sterk en hongerig. Kompaan Elle Smid zorgde als elftalleider voor een perfecte organisatie, het bestuur groeide mee en Appingedam werd een club om rekening mee te houden. Bodewes smeedde en kneedde. Was bikkelhard. Ooit wisselde hij eens een middenvelder na precies 23 minuten voetbal. Henk deed die wissel even zelf. Hij riep de scheidsrechter, de naam van de speler en leek hem een trainingsjasje aan te willen geven. Pal voor de speler het veld verliet gooide Henk dat jasje echter voor zijn voeten.
‘Moet jij je taak maar uitvoeren. Douchen’, zei hij. Om vervolgens weer naast Elle te gaan zitten en te zien hoe zijn ploeg na dus een aarzelende start de wedstrijd won. De speler sprak nooit een verkeerd woord over Bodewes, ook niet jaren later. De trainer had gelijk. En omdat afspraak nou eenmaal afspraak was bij Bodewes, was de wissel terecht en de woede van de trainer verklaarbaar. Henk werd kampioen met Appingedam. Met spelers van Holwierde en De Gemzen. De poen van De Treffers en HSC’21 woog niet op tegen het collectief dat Appingedam heette. Een landstitel zat er niet in. Ik was er bij toen Baronie met tien spelers won van elf Damsters. Het was ook de enige keer dat Henk zich liet gaan richting een tegenstander. Dat hij – wellicht- zelf ook schuldig was aan de onnodige nederlaag. Henk voerde tijdens het duel een privéoorlogje met Jacques Sweres, aanvoerder van de ploeg uit Breda. Dat leidde af en zorgde voor onrust. Sweres schoot er een vrije bal van veertig meter in, Bodewes kreeg een middelvinger. Sweres lachte Bodewes uit toen Robert Elting 2-2 maakte maar ten onrechte teruggefloten werd: buitenspel. Appingedam bleek ook niet opgewassen tegen Holland, met Edwin Grunholz in de gelederen. Hij maakte ook het mooiste doelpunt ooit gemaakt op het Burgemeester Welleman sportpark, iets dat het midden hield tussen een stift en een lob. Niet uiteraard voor de zaalvoetballer een stuk of wat spelers had uitgekapt.
Bodewes liet wat achter bij Daam toen hij naar Veendam ging. Hij was er klaar voor. Weer werd Nienhuis zijn baas, nu in functie van directeur. Dat botste. Nienhuis bemoeide zich overal mee. Vroeg vanaf de tribune om wissels. Al heel snel waren de eerste breukjes in de relatie zicht- en hoorbaar. Hoewel de spelers unaniem achter hun trainer stonden, verloor Bodewes de oorlog van Nienhuis. Bodewes noemde zijn baas feodaal heerser, bood zijn excuses aan maar liet later weten gewoon achter zijn woorden te staan. Nienhuis dreef de vete op de spits. Het was of hij weg of Bodewes weg; de laatste kreeg ontslag. ‘Mijn voetbalhart bloedt, maar wat ben ik blij van deze soap verlost te zijn’, zei Bodewes toen hij de stadiondeur achter zich dicht sloeg.
Bodewes was even trainer van SVBO en vertrok naar Kenia. Werd dus later trainer in Kaapstad. Werd ziek. Eerst leek het, zoals zo vaak, allemaal wel mee te vallen. Leek er sprake van volledig herstel. Niet dus. Henk overleed in de zomer. Na Eurovoetbal. Voor het EK voetbal. Henk bleef tot zijn laatste uur voetbaltrainer. Bleef praten over vroeger en systemen.
Henk Bodewes was een lieve man. Een oprechte man. Geïnteresseerd, ex-leraar, hartelijk en eerlijk. Duidelijk ook en iemand die vooral voetballers beter wilde maken. Dat lukte hem overal. Ook in Veendam, al ging dat Nienhuis dus allemaal niet snel genoeg. Henk Bodewes mocht maar vijftig jaar worden. En dat is tot op de dag van vandaag ontzettend onrechtvaardig.
Vincent Muskee