Markante Stadjer Lourens Leeuw, muzikant: ‘Die zielloze ‘hunkabunka’ muziek, vreselijk vind ik het’

GRONINGEN - Lourens Leeuw, markante stadjer 29-06-2017

GRONINGEN – Buik in, billen in, anders kom je d’r niet in bij nummer 122 aan de Parkweg. De smalle gang staat tjokvol boksen en versterkers. Eenmaal in de woonkamer waan je je in een museum. Gitaren, een stuk of acht, een mengtafel, cassetterecorder voor jawel, cassettebandjes, keyboard, en talloze A-viertjes met teksten. Aan de wand prijken de foto’s. Foto’s van Lourens Leeuw op het podium. Als muzikant, als rocker. En dat is –ie nog steeds. Nog ieder weekend speelt Lourens Leeuw (71) op goddeloze tijdstippen in Groningse kroegen.
Lourens Leeuw is een nachtmens. Altijd al geweest. Ergens tussen twee en vier zoekt hij zijn bed op. Om vervolgens tot een uurtje of twaalf te slapen. Daarna gaat –ie de stad in voor ’n lekkere café au lait en een krantje bij het News Café. Het is donderdagmiddag 13 uur wanneer we bij Lourens thuis een afspraak hebben voor het interview in Groot Groningen. Normaal gesproken was hij nu aan het repeteren. Want dat is zo’n beetje vaste prik na de koffie, vertelt hij. “Ik moet nog even wat nummers opnemen voor de thema-avond in de Koe van Klaas. Covers van rocknummers, Van Morrison, Everly Brothers, dat.” Hoewel 71, Lourens voelt zich 50. En is nog lang niet toe aan stoppen. Nee zeg. Zo lang alles het doet rockt hij door. “Ik besef me maar al te goed dat ik verdomd veel geluk heb. Alles werkt nog. Er zijn al heel wat mensen van mijn leeftijd overleden. Jan Strikwerda bijvoorbeeld. Hij heeft een boek over mij geschreven (Lou Leeuw, een rockende tijger, red.). Dit T-shirt is van hem. Van Bob Dylan, zijn held. En van mij. Ik heb een zak vol kleren gekregen van zijn vrouw. Mooie tijden beleefden we samen. Zaten altijd in Café Marleen, de kroeg van zijn vrouw in de Pelsterdwarsstraat. De tijd gaat hard, denk ik wel eens. Maar met een beetje geluk heb ik nog twintig jaar. Veel van mijn familieleden zijn 100 geworden.”
Zijn muzieksmaak is in 55 jaar nooit veranderd. Als joch van 14 aanbad hij artiesten en bands als Chuck Berry, Cliff Richard, The Stones, Shadows, Everly Brothers en Little Richard. Met de muziek van tegenwoordig heeft hij niet zoveel. Op een enkele uitzondering na dan. I want you to stay van Riahanna bijvoorbeeld, geweldig nummer vindt hij dat. Of de muziek van Douwe Bob. Slow down brothers heeft Lourens zelfs gecoverd en uitgebracht op cd. “Tegenwoordig hoor je zoveel zielloze ‘hunkabunka’ muziek. Gemaakt door computers. Vreselijk vind ik het. Ik snap het waarschijnlijk niet meer. Het gaat allang niet meer om de muziek. Alles draait om het visuele. Meiden met dikke konten die wat heen en weer wiegen in clips. Dat schotelen ze de jeugd voor. Maarre… ieder zijn eigen smaak hè? Er komen in elk geval meer mensen op af dan mijn muziek. Ik heb respect voor muzikanten waarvan ik de muziek niet leuk vind maar die wel fantastisch spelen.”
Lourens Leeuw, Lou voor insiders, stond op 15 april 1967 in het voorprogramma van de Rolling Stones en op het podium van Pinkpop. Maakte muziek met Herman Brood, Nina Hagen en Cuby & The Blizzards. De rocker die z’n haren verft –“Moccabruin, prima toch? Grijs kan altijd nog.”- is nog steeds goed voor zo’n 70 betaalde optredens per jaar. Zijn absolute held: Little Richard. “Long Tall Sally wordt het gedraaid op m’n graf. Het was het eerste rock ’n rollnummer dat ik hoorde. Op de kermis was het. Rock & Roll was verboden op de zenders. Ik luisterde het op een krakende middengolfzender van Radio Luxemburg.” Leeuw speelt nog steeds in verschillende bands. Zang en basgitaar, een Fender Precision bas uit 1963. Onder andere in de Lou Leeuw Band, de Led Zeppelin coverband en de Blues Cowboys, waarmee hij voornamelijk ‘oude stuff’ speelt.

Lourens neemt zijn nummers op het behulp van de taperecorder die naast de versterker staat. Dat is handig want je kunt steeds hetzelfde stukje even snel terugspoelen, verklaart hij over het apparaat uit de tachtiger jaren. “Ik studeer liedjes in op gehoor. Als ik iets hoor, kan ik het spelen. Wanneer ik een bepaald stuk nog niet helemaal onder de knie heb, spoel het een paar keer terug. Veel handiger als op de telefoon. Wil je wat horen?” ‘A fool such as i’ van Elvis Presley klinkt door de boksen. Niet de versie van The King zelf, maar die van Lourens. Gevolgd door ‘Slow down brothers’. “Alles heb ik zelf gespeeld. Piano, drum, bas. Dat neem ik allemaal op met die recorder daar. 24 sporen. Echt, daar kan ik alles mee.” De nummers staan op zijn laatste cd. Net als ‘Peaceful layin down’, een nummer over herkauwende koeien, dat hij maakte op verzoek van het Groninger Museum. “Of ik muziek wilde schrijven bij een schilderij. Het schilderij mocht ik zelf kiezen. Het werden de koeien. Die kauwen wat af, een koe heeft wel vier magen. Ze liggen er zo relaxed bij. Dat leek me wel leuk. Mijn vriendin schreef de tekst, ik de muziek. Als je naar het schilderij staat te kijken en je doet de koptelefoon op hoor je mijn muziek. Best cool toch?”
Via een smalle trap dalen we af naar de kelder van de woning. Geen flessen drank en wekpotten met stoofperen in de donkere ruimte onder de woning. Op een zelf in elkaar getimmerd podium achter in de hoek staat een drumstel, een microfoon, Marshall versterker en een paar knoeperts van boksen. Het enige raam waar het daglicht doorheen zou kunnen komen is dichtgeplakt met isolatiesponsen met gordijnen ervoor. “Vroeger heeft hier een slagerij gezeten. Dit was de koelcel. Door het luik werd hier in 1937 het vlees naar binnen gegooid. Nu gebruiken we het als studio waar bandjes repeteren. Het is niet meer zo gek als vroeger, maar nog steeds hebben we hier allerlei muzikanten over de vloer. Lou Leeuw kijkt op zijn horloge. Bijna half 3. Er moet nu toch echt gerepeteerd worden. We verlaten de woning. Met de buik en de billen in.