‘Inspiratie haal ik uit de winkel, hier gebeurt altijd wel wat’

FINSTERWOLDE – Hardlopen en Run DMC. De liefde voor deze twee zaken bracht de mannen bij elkaar. Harry van Boven uit Finsterwolde en Martin Blok uit Winschoten zijn samen Sproakwotter, het duo dat rapt in het plat Grunnegs. Inmiddels veroveren ze menig festival met hun rapsongs Ladderzat, Sukerbaiten Kloas en Snoetje Knovveln, waarbij Harry de zaal in gaat om zijn wang tegen dat van een bezoeker te schuren. Groot Groningen sprak ze, in de textielwinkel van Harry, aan de Hoofdweg in Finsterwolde. Het werd een hilarische ochtend.

Het lawaai komt ons tegemoet wanneer we de winkeldeur opendrukken. Harry van Boven zit met Martin Blok, een winkelhulp en een vertegenwoordiger van pyjama’s en onderbroeken aan de koffietafel linksachter in de hoek. De winkel van Harry is al een fenomeen op zich. Nergens anders kom je een zaak tegen waar ze onderbroeken, klosjes garen, washandjes, jeans, sweatshirts, hippe vesten en pyjama’s verkopen. Hilarische verhalen aan de tafel. Het gaat over Zweedse ballen, het nummer waarmee ze laatst het geelblauwe woonwarenhuis op de kop zetten. Want hun liedjes ontstaan altijd vanuit een voorval. Een gebeurtenis. Dat de vrouwen van Harry en Martin graag meubels mogen kiek’n, was er zo één. “Bij Ikea dus. Vreselijk vinden we dat”, begint Harry. “Maar ja, de liefde van de man gaat door de maag hè. Je voelt hem aankomen. Wij gingen mee. Niet voor de meubels, maar voor de Zweedse ballen. Nou ja, en dan maken we daar een liedje over. En die hebben we, op uitnodiging van Ikea, in een bomvolle kantine voorgedragen. Nu was het plan om daar ook een videoclip op  te nemen. Dus wij twee weken naar Zweden om Zweeds te leren. We zingen het hele lied in het Zweeds. Maar toen kwam het. Afgeketst door ’t hoofdkantoor.” Dan in ’t plat Gronings: “Misschien mott’n we ons d’r niks van aantrekk’n. Desnoods met pliesie d’r uut.”

De mannen ontmoetten elkaar een jaar of 7 geleden. Puur toeval. Hun beide dochters zaten op dezelfde dansschool. “Via de dansschool werden we gevraagd om mee te doen aan de Run van Winschoten. Een 10 x 10estafetterun. Onze eerste ontmoeting”, vertelt Martin. “Ik moest Harry aantikken. Ik dacht: die rooie, die moet ik onthouden”. Zo kwamen we in gesprek. Steeds vaker gingen we samen trainen om een betere tijd neer te zetten. Hardlopen was onze connectie. Toen ik uitviel door een blessure raakten we over andere dingen in gesprek. 2013 was het. Harry vertelde me dat hij rapt. Ik zat al 30 jaar in de muziek. Laat eens wat horen, zei ik. Echt te gek. Hij hield van Run DMC en bleek een geweldige breakdancer. Run DMC was ook mijn favoriet. Toen zijn we wat samen gaan spelen. Hij de tekst, ik de muziek. Via via kwamen we terecht bij Vitanova,  een theatergezelschap uit Winschoten. Of we iets wilden maken. In record tijd schreven we 6 nummers waaronder ‘Ladderzat’. Die brachten we ten gehore in de Carambole, een café in Winschoten. Toen is het een beetje begonnen. Erik Hulsegge van RTV Noord zat ook in de zaal, hij introduceerde ons bij de radiozender. We kwamen met Ladderzat binnen plek 14. Sormden binnen in ‘Alle viefteg goud’, een programma waar mensen kunnen bellen voor de leukste nummers. Vlot daarna werden we gevraagd voor een optreden op het Bevrijdingsfestival in het Stadspark.  Daar gingen we vroeger altijd naar toe en nu stonden we er zelf! Ja, dat gaf wel een geweldig gevoel.”

Installateur Martin Blok groeide op in een bruin café van zijn ouders. Muziek was in iedere vezel van zijn lijf geslepen. Onderdeel van zijn DNA. “Ik sliep boven de speakers. Viel in slaap met de Stones, en ‘Du’, van Peter Maffay. Één avond sliep ik slecht; woensdag, wanneer mijn ouders vrij waren en de kroeg dicht was. Het sprak vanzelf dat ik de muziek in ging. Ik hield van ACDC en ZZ Top. Door Angus Young, de gitarist van ACDC, ben ik gaan gitaarspelen. Heb me het zelf aangeleerd. Daarvoor speelde ik orgel. Daarna begon ik mijn eigen bandje: De Nacht. Stond op heel veel podia’s. Uiteindelijk was ik er klaar mee. Altijd die koffers maar mee, opbouwen, spelen en inpakken. Ik wilde terug naar de mensen, zo ben ik opgegroeid. Toen was Harry er.”

Harry staat elke dag in zijn textielwinkel in Finsterwolde. Iedere dag met even veel plezier. “Die winkel ben ik. Ik sta hier niet op de klanten te wachten, ik ben altijd aan het werk. Die tv bijvoorbeeld. Die hing er gisteren nog niet.” Harry verkoopt ‘onderboksems’, ‘spiekerbroek’n’, ‘schuddeldouk’n’ en pyjomas. Overal heeft hij klanten voor. Een pyjamaatje voor een meisje van 6, een jurk voor een vrouw van 83. Aan de koffietafel repeteert hij dinsdagvond zijn nummers met Martin. Tussen de onderbroeken. Geen betere plek te vinden, volgens de rapper. Ideeën voor nummers ontstaan spontaan. Gewoon, door een voorval in zijn winkel. “’T kin moar zo wees’n dak nummer over joe moak”, roept –ie gierend van de lach. “Ken je Sukerbaiten Kloas? Gaat over een suikerbiet. Hoe die in de klein ligt, er uitgetrokken wordt en van loof ontdaan. Dat –ie vervolgens ligt te wachten tot hij opgehaald wordt. Door Kloas dus. Sukerbaiten Kloas. Kom er maar eens op, haha! We zijn altijd bezig. Zo willen we nummers van onszelf nog eens coveren in het Engels. Hoe cool is dat?”, lacht Harry terwijl hij spontaan hun nummer ‘Snap er niks van’ in Het Engels begint te rappen. “I don’t wanna get it, i don’t wanna get it, I don’t wanna get it.’ Martin maakt er met wat geluiden spontaan een beat onder.

Sproakwotter is ontdekt. Ontdekt door Noord, gemeente Oldambt die hen regelmatig vraagt voor een optreden en culturele festivals. Door de Vrouwen van Nu. Door Dickensday, die hen na het succes van vorig jaar ook dit jaar gevraagd heeft te komen spelen op 17 december. “De vraagstukken vliegen ons spontaan om de oren. Een stel kunstenaars vroeg ons een lied te maken over mensen die begraven liggen bij de kerk van Finsterwolde. Een namenproject. Zo kwamen we op Eltjo Siemens, hij kwam per ongeluk om bij een staking waar hij niet eens aan meedeed. Werd per toeval geraakt. Zijn dochter is hier in de winkel geweest om het verhaal te vertellen. Zeven namen hebben we in het lied verwerkt. We hebben het voorgedragen in de kerk. Heel bijzonder.” Het liefst gaan ze het publiek in. Want interactie met de bezoekers, das ’t allermooist, vinden de mannen. Lekker snoetje knovveln. “Je ziet iedereen gewoon kijken. Wanneer gaat –ie het nou doen? Mensen vinden het leuk, een beetje aandacht. Ga ze niet zoenen hoor, gewoon beetje met de wangen tegen elkoar aan vriev’n, haha. Een ding is zeker: we gaan nog veel meer horen van Sproakwotter. Want ze zijn van plan te rappen tot hun tachtigste.