Martijn Keizer leeft tussen hoop en vrees

MUNTENDAM – Tussen hoop en vrees, zo staat het leven van Martijn Keizer er al een tijdje bij. Hoop op een nieuw contract als beroepswielrenner, vrees dat hij  – veel eerder dan de bedoeling is – ander werk moet zoeken. Niet dat hij daarvoor te beroerd is, verre van dat zelf, maar hardfietsen is zijn passie en wat is er dan mooier als je daarmee de kost kunt verdienen. Dat ging de afgelopen jaren prima, als één van de betere knechten bij de Lotto-Jumboploeg. Bovendien is hij nog maar 29 jaar, zit hij in de kracht van zijn wielerleven. Daarom had de even verrassende als bittere mededeling die ploegleider Merijn Zeeman hem onlangs deed, het effect van een klap in het gezicht. Zeeman kwam de Muntendammer namelijk ‘even’ zeggen dat zijn contract niet zal worden verlengd.

Na vier jaar trouwe dienst dacht Keizer dat hij meer krediet voor bewezen diensten had opgebouwd. Immers, hij stond altijd paraat om de kopmannen, zoals Bauke Mollema, Robert Gesink en Steven Kruijswijk, bij te staan in het loodzware etappewerk. Liefst elf keer startte Keizer in een grote ronde, vijf keer in de Giro en vijf keer in de Vuelta, elf keer haalde hij de finish. Hij is met zijn tijdritkwaliteiten en koersinzicht geknipt voor het knechtenwerk en hoopte de logische opvolger van Bram Tankink te worden, de veteraan (38) die na komend seizoen afscheid neemt bij Lotto Jumbo.

Zo’n lange loopbaan bij het uithangbord voor het vaderlandse cyclisme is Keizer dus niet gegund. Blijkbaar heeft de ploegleiding te weinig vertrouwen in hem, al is dat (nog) nooit hardop uitgesproken. Meer dan dat hij bedankt wordt voor bewezen diensten heeft de Oost-Groninger niet te horen gekregen. Toch was hij al wel een beetje voorbereid op zijn ontslag. Keizer: “Aan de vooravond van het Nederlands kampioenschap was er een evaluatie en toen kreeg ik te horen dat de ploeg moest inkrimpen. Er zou geen plaats meer zijn voor 29 renners, maar voor 27. Die inkrimping had te maken met de nieuwe regels van de UCI. Voortaan mogen de ploegen in grote ronden als de Tour en Giro nog maar uit acht in plaats van negen renners bestaan, terwijl dat aantal in de klassiekers is teruggebracht van acht naar zeven. En ook het budget stond onder druk. Er moest nog een subsponsor bij.”

Die kwam er, maar desondanks moet Keizer gaan. Vooralsnog gist hij naar het waarom. Keizer: “Zo zijn er twee jonge Amerikanen aangetrokken omdat onze fietssponsor, Bianchi, zich op de Amerikaanse markt wil profileren. En ja, die jongens kosten ook nog niet zo veel. En verder is het rennersbudget onder druk komen te staan doordat vorig jaar eerst Steven Kruijswijk een topsalaris heeft gekregen en nu ook Primo Roglic. Terwijl je ook Robert Gesink nog hebt als grootverdiener en sprinter Danny van Poppel er ook nog is bijgekomen. Dan wordt de koek aardig dun voor renners zoals ik.”

Desondanks had Keizer deze onheilstijding niet verwacht. “Ik dacht dat ik wel goed zat, heb mijn werk altijd goed kunnen doen. Wat mij betreft had ik zeker tot mijn 35ste bij de ploeg willen rijden. Nu moet ik wat anders zoeken, want ik vind wielrennen te mooi om er nu al mee te stoppen.”

Toch dreigt einde carrière voor Martijn Keizer, althans als broodcoureur, want de werkgelegenheid in het metier is schaars. Het aanbod van renners is vele malen groter dan de vraag. Keizer: “Ik heb al wel een aanbieding gehad van een ploeg, maar die bood slechts het minimumloon. Daar ga ik het echt niet voor doen. Ik heb een vrouw en twee kinderen en die kan ik zo’n contractje niet aandoen. Er ligt nu een lijntje naar een Spaanse ploeg, maar ook dat aanbod moet beter.”

Dat hij in Spanje in beeld is gekomen, heeft niet alleen te maken met zijn gedegen optredens in de Vuelta, maar ook met de Spaanse zaakwaarnemer die zijn belangen heeft overgenomen van André Boskamp uit Leek. Vooralsnog kan deze Spanjaard de Muntendammer ook geen soelaas bieden. Zeker niet als het gaat om ploegen uit de hoogste categorie, de World Tour. Keizer: “Daarvan zijn er volgens mij nog maar twaalf en die zitten allemaal al nagenoeg vol. Nee, de spoeling is erg dun geworden.”

En zo’n Colombiaanse ploeg dan, waar Jetse Bol dit jaar voor reed?

”Nou, dat lijkt van de buitenkant misschien wel mooi, maar bij dat soort ploegen weet je nooit of je je geld wel krijgt. Dat risico wil ik niet lopen. Bovendien zit je te ver af van zo’n ploeg. Gaat ten koste van het contact.”

Nee, Martijn Keizer wil wel graag in het professionele peloton actief blijven, maar niet koste wat het kost. Dat maakt het uitzicht op een nieuw contract tegen een behoorlijk traktement er niet beter op. De tweede Nederlandse ploeg, Roompot Nederlandse Loterij, staat ook niet aangeschreven als een ‘club’ waar goed wordt betaald en hetzelfde geldt voor de intercontinentale ploegen (tweede niveau) in België. Keizer: “Er zijn ook contacten geweest met die Poolse CCC-formatie, maar ook dat is ook niks geworden.”

Toch geeft Keizer de hoop nog niet op. Hij heeft, hoewel geen winnaar, toch een aardige staat van dienst opgebouwd als eerste luitenant van een kopman. En ja, voor knechten met die rang is doorgaans best een aardige boterham te verdienen. Keizer: “Vooralsnog ga ik er vanuit dat volgend seizoen nog steeds profwielrenner ben, maar ik ben wel zo reëel om te denken dat het ook zo maar voorbij kan zijn.”

Keizer is al eens eerder in zo’n netelige situatie terechtgekomen. Dat was in 2012, toen Vacansoleil op hield te bestaan en hij ten lange leste genoegen nam met een plek bij het Belgische amateurploeg Veranclassic Doltcini. Maar nog voordat het wielerjaar 2014 op gang was gekomen, in februari, kon hij nog instromen bij Belkin, zeg maar de huidige Lotto-Jumbo.

Voor zo’n scenario zou hij zo weer tekenen.