SC Veendam is dood, maar nog steeds niet begraven

VEENDAM – Het is al weer dik vier jaar geleden dat het betaalde voetbal in Veendam van de kaart is geveegd. Na een lijdensweg van 56 jaar bezegelde curator Gerard Breuker het trieste lot van de cultclub, die toen bijna zeven ton in het rood stond. Tot groot verdriet van de talrijke Kolonicio’s, de geuzennaam van de supporters, veranderde het landelijk zo gevreesde voetbaltheater De Langeleegte in een monumentale graftombe.

Maar SC Veendam mag dan dood zijn verklaard, begraven is de club nog steeds niet.

Er gaat geen jaar voorbij of er wordt ergens in de Parkstad gezinspeeld op een wederopstanding van de geelzwarte club. Via de nieuwe voetbalpiramide van de KNVB zou in Veendam toch zeker weer tweededivisievoetbal te zien moeten zijn, vinden ambitieuze nostalgici. Tot concrete plannen is het echter nog niet gekomen.

Dat Veendam nog altijd leeft in de harten van veel Veendammers, blijkt ook uit een boek dat op stapel staat bij uitgeverij Aspekt met als titel De Langeleegte huilt. Schrijver Klaas Fleurke geeft ook de ondertitel prijs: “Opzienbarende verhalen over de opkomst en ondergang van het profvoetbal in Veendam”. Komend voorjaar, als het precies vijf jaar geleden is dat Veendam viel onder het zwaard van Damocles, is de presentatie van het boek.

Het is niet Fleurke’s eerste boek. Hij debuteerde met De fabriek van mijn vader, waarin het bijna honderdjarige aardappelmeelconcern Avebe centraal staat. Op dit thema borduurt Fleurke verder in zijn ‘Veendam-boek’. Dat gebeurt onder meer aan de hand van een interview met Piet van Dam, ooit een veelbelovend talent van de voetbalclub die al op 16-jarige leeftijd zijn eerste wedstrijd – uit tegen het Venlose VVV –  in het geelzwarte shirt speelde. De razendsnelle linksbuiten is daarmee Veendams geschiedenis ingegaan als de jongste debutant aller tijden. Om er ruim zes jaar later, een illusie armer, al weer een punt achter te zetten. Bij amateurclub WVV, de Trots van  Winschoten, vond hij zijn plezier in het voetbal terug.

Van Dam, oudste telg uit een groot en zeer sportief gezin, blikt openhartig terug op zijn betaalde voetbalcarrière bij Veendam. In een lange, maar uiterst interessante monoloog geeft hij een kijkje in de (semi-)professionele Veenkoloniale voetbaljungle. Schrijver Fleurke: “Hij neemt geen blad voor de mond en hekelt hier en daar de profmores aan De Langeleegte in zijn tijd. We spreken over de periode 1965-1971. Een felle concurrentiestrijd, opstellingsfratsen, bevoordelen van spelers van buitenaf en onbetrouwbare bestuurders. Van Dam verhult niets en noemt man en paard.”

Ook heeft hij een ongecompliceerde visie over het failliet van de historische cultclub. Grootheidswaanzin, bestuurders als opmakers, elitair en een té grote broek, zijn termen die de voormalige belofte laat vallen. Desondanks kijkt hij genuanceerd terug op z’n profvoetbaltijd bij de geelzwarten. En spaart zichzelf niet. “Ik was té bescheiden. Maar ik heb geweldige voetbalervaringen opgedaan, er is goed gepresteerd en er zijn veel goede dingen uit voortgekomen. Alleen dat geschop vond ik niet normaal.’

Piet van Dam beschrijft ook hoe clubvoorzitter R. T. Roelofs hem in die tijd naar aardappelzetmeelfabriek DWM/Avebe haalde. Van Dam daarover: “Ik heb een prachtige tijd bij DWM gehad met al die voetballers daar. Het was gewoon dagelijks Voetbal Inside bij DWM.”

Op 2 april 2013 ging profclub als SC Veendam definitief ter ziele. Maar De Langeleegte huilt nog steeds. Was betaald voetbal in een arme regio als de Groninger Veenkoloniën kansloos? Wat is er allemaal gebeurd tussen 1954 en 2013 en daarvoor? Supporter en schrijver Klaas Fleurke neemt de lezer in dit boek mee langs alle hoogte- en dieptepunten in de historie van voetbalclub Veendam.

Ook de historische verbondenheid met aardappelzetmeelwereldspelers DWM en Avebe wordt nader verklaard. De kernvragen ‘Was profvoetbal in Veendam levensvatbaar, had de club überhaupt bestaansrecht, en is er in de toekomst weer voetbal op hoog niveau mogelijk in het stadion aan de legendarische Langeleegte?’ worden gesteld. Insiders geven in De Langeleegte huilt antwoorden en niet te missen voorzetten. Van Jakob van Essen tot Leo Beenhakker, van Jan Blijham tot Johan Derksen, van Jan Korte tot Joop Gall, van Marnix Kolder tot Angelo Cijntje en van Roelf-Jan Tiktak tot Jeroen Zoet.

Voor de ware voetballiefhebber is dit daarom een unieke uitgave, waarbij het profavontuur aan De Langeleegte nog één keer tot leven komt via exclusieve interviews en foto’s. De auteur is er als geen ander in geslaagd de cultstatus van deze profclub te doorgronden, hetgeen leidt tot een opmerkelijke reconstructie.

 

Komt er zelfs nog een opera over Veendam?

 

Dat de failliete voetbalclub Veendam nog altijd niet vergeten is, blijkt ook uit de geruchten over een mogelijke productie van een volksopera over de – ook landelijk – zo betreurde cultclub. De uitvoering ervan zou in de zomer van 2019 haar beslag moeten krijgen als de metamorfose van sportpark De Langeleegte tot grootschalige onderwijs- annex sportcampus voltooid moet zijn.

De initiatiefnemers willen via een groots volksspektakel allen die Veendam op wat voor manier dan ook een warm hart hebben toegedragen, op deze unieke wijze bedanken. Een muzikale happening waarin drama, hoop, geloof en liefde elkaar in een meeslepend libretto (=verhaal) afwisselen. Mocht dit ambitieuze culturele project daadwerkelijk van de grond komen, dan zou dat een wereldprimeur zijn. Nog nooit is er een verdwenen voetbalclub met een opera herdacht.