Het trauma van mislukt profvoetbal waart nog steeds rond bij Be Quick

Door Dick Heuvelman

Groningen – Ook dit jaar staat Be Quick 1887 weer in de top-tien van beste amateurclubs van Nederland. Weliswaar is de oudste voetbalclub van Stad en Ommeland een plaatsje gezakt in de vorige week gepubliceerde ranking van het blad Voetbaltrainer, van twee naar drie achter het Amsterdamse AFC en de Koninklijke HFC uit Haarlem, maar dat is geen achteruitgang die de uitstraling aantast. Be Quick staat er goed op, niet alleen regionaal maar ook dus landelijk.

Voor de eerstvolgende stadsclub op deze ranglijst, die is gebaseerd op de prestaties van het eerste elftal en de hoogste jeugdelftallen, moet er worden afgedaald naar plek 88, waar GVAV Rapiditas staat genoteerd. Een derde stadsclub, Velocitas, is echter uit het selecte peloton van 200 clubs verdwenen, nadat de groenwitten zijn overgegaan naar het zaterdagvoetbal en daarin van onderen af aan (vijfde klasse) moeten beginnen.

Toch is er geen reden voor Be Quick om op de Esserberg tevreden spinnend achterover te leunen. Integendeel zelfs, er dient zich onheil aan. Dat heeft alles te maken met het ondermaatse presteren van de Good Old in deze jaargang van de derde divisie. Be Quick is in de rode zone terechtgekomen en zal na de winterstop alle zeilen moeten bijzetten om degradatie zien te voorkomen. Lukt dat niet, dan volgt onherroepelijk een vrije val in dit prestigieuze klassement.

Op de aantrekkingskracht van Be Quick zal een mogelijke degradatie waarschijnlijk  geen invloed hebben. Daarvoor heeft de club een te goede naam opgebouwd, met name bij de jeugd. Al zeker een halve eeuw is de jeugdopleiding het unique sellingpoint op de aloude Esserberg. Dat begon al in de tijd dat Be Quick betaald voetbal speelde en het A1-elftal altijd een goede bron was als leverancier van talent voor de hoofdmacht.

Tot op de dag van vandaag is dat nog zo. Vorig jaar werd dat beloond met de Rinus Michels Award, de prijs voor de beste jeugdopleiding bij amateurclubs. Het is één van de redenen dat Be Quick er bij ambitieuze voetballers goed op staat. Niet alleen meer in de stad zelf, maar ook in de provincie. Daar komt nog bij dat ouders hun kroost graag naar Haren zien gaan, want – weten ze – bij Be Quick heerst een prettig en veilig klimaat. Mede ook omdat het elitaire karakter van weleer is verdwenen en iedereen, ongeacht geloof, huidskleur of opleiding, van harte welkom is. Veelal worden deze sociale aspecten meegewogen als er een clubkeuze gemaakt moet worden.

Op basis van deze filosofie is Be Quick, althans in zijn totaliteit, uitgegroeid tot de beste amateurclub van het Noorden. Dat clubs als Harkemase Boys en ACV in een hogere klasse spelen, heeft puur te maken met het feit dat Be Quick in principe spelers niet (meer) wenst te betalen. De ‘bemanningsleden’ van het vlaggenschip krijgen slechts een minimale onkostenvergoeding, zodat ze op doordeweekse avonden gaan trainen in plaats van vakken vullen bij de supermarkt. Be Quick heeft haar lesje geleerd, halverwege de vorige eeuw in het profvoetbal. Als rijke club begon het in 1954 aan dit avontuur om er tien jaar later berooid en beschaamd een punt achter te zetten. De club stond zodanig in het rood, dat het haar historische stadion en opstallen aan de gemeente Groningen moest verkopen om niet failliet te gaan.

Dit trauma is nog altijd niet verwerkt op de Esserberg, met name dan bij de – uitdunnende – oude garde. En zo lang die nog aan veel touwtjes trekt, zullen contractspelers uit den boze zijn. Mede daardoor zijn de door Be Quick opgeleide toppers gewild bij clubs die wel betalen. In zekere zin is Be Quick ook een opleidingsinstituut voor andere hoog spelende verenigingen.

Die gang van zaken heeft dan weer zijn weerslag op de kracht van de eerste selectie, die jaar-in-jaar-uit wordt uitgehold. De ene keer wat meer dan de andere, maar er gaat geen jaar voorbij of enkele dragende spelers kiezen voor het geld bij ‘amateurclubs’ waar ze wel een aardige grijpstuiver mee kunnen pakken. Leuk voor de ook jaarlijks aan de deur kloppende talenten, die daardoor sneller aan bod komen in de hoofdmacht. Maar als in de instroom minder van kwaliteit is dan de uitstroom, kom je in de derde divisie wél in de problemen.

Zoals dit seizoen het geval is en Be Quick verwikkeld is geraakt in een ‘struggle for life’. Andor Heij, namens stadsomroep OOG clubwatcher op de Esserberg, ziet Be Quick nog niet degraderen, maar als er niet snel een kentering komt, kan dat toch maar zo gaan gebeuren. Heij: “Als ik naar de kwaliteit van clubs kijk die hier tot dusver op bezoek zijn geweest, hoeft Be Quick daar niet voor onder te doen. Maar het verspeelt er wel veel punten aan. Tegen ADO ’20 werd een 4-1 voorsprong weggegeven en werd het nog 4-4. Hetzelfde verhaal tegen De Meern; 3-1 voor en eindigend in 3-3. Tegen Rosmalen ging het nog gekker. Tien minuten tijd met 2-0 voor, waarna het vervolgens in een tijdsbestek van een paar minuten 2-3 werd. Kijk, als dat ze door blijft gaan, gaan ze het dus niet redden.”

Heij ziet ook wel aanwijsbare oorzaken van deze wankele prestatiecurves. “Als ik kijk naar de selectie van vorig seizoen, zie ik toch wel duidelijk kwaliteitsverlies. Het vertrek van jongens als Romano Djababoe. Joran Smits en Achmed Al Mahdi weegt  zwaar. Zij waren bepalende spelers. Daarnaast is er met Chris Tiesinga enDaro Faraj ook in de breedte ingeleverd. Daar komt dan ook nog bij dat topscorer Daan Driever het begin van de competitie langdurig uitgeschakeld was vanwege een blessure. Tja, dan is het niet verwonderlijk dat het allemaal at minder gaat.”

Wat Heij wel verbaasd is het grote aantal tegengoals. Een paar wedstrijden gingen zelfs fors verloren. Dat duidt op een zwakke defensie. Heij: “Dat zou je zeggen ja, maar daar staan toch enkele routiniers die zich op dit niveau hebben bewezen, zoals Jorrit Kunst en Toine Nieboer. Maar desondanks vliegen ze er echter elkaar in. Dat heeft, voor zover ik het kan bekijken, met een gebrek aan zelfvertrouwen te maken. Wat ik ook mis, is meedogenloos optreden als de wedstrijd daarom vraagt. Maar het is te simpel om alleen de verdediging van de slechte resultaten de schuld te geven. Op het middenveld zie ik ook vaak knullig balverlies.”

Komen we uit bij de trainer, Keven Waalderbos. De opvolger van Mischa Visser, die momenteel studeert voor het diploma Coach betaald voetbal, mag in Heij’s ogen zeker niet als een zondebok worden betiteld. “Op zich doet hij het niet veel anders dan Mischa Visser altijd deed. Ook hij zoekt gericht naar oplossingen als het niet goed loopt in het veld, alleen vallen die niet altijd goed uit. En ja, als je binnen een paar minuten drie goals weggeeft, kun je daarvan moeilijk de trainer de schuld geven.”

Heij ziet in Daan Driever een reddende engel. Hij is een gemakkelijk scorende aanvaller, die voor de ommekeer kan zorgen. “Ik heb onlangs nog met hem gesproken en toen vertelde hij me dat hij op weg is naar zijn oude vertrouwde niveau. Als dat inderdaad gebeurt, moet Be Quick in staat zijn zich van het degradatiespook te ontdoen. Zo niet, dan wordt het kielekiele.”

 

 

Fotobijschrift: Be Quick ten tijde van haar bestaan als profclub, hier in de wedstrijd tegen SC Drente (1964).