‘Martenshoek was na Rotterdam het drukste scheepvaartknooppunt van heel Nederland’

HOOGEZAND - Jan Helmers in de haven van Martenshoek , 28-12-2017,

Topograaf én historiekenner Jan Helmers vertelt over Martenshoek

HOOGEZAND- Nieuwsgierigheid naar het verhaal achter de ‘Haven van Martenshoek’, was de reden voor dit interview. Een verhaal over de haven dat eigenlijk helemaal geen haven is, maar een verlaat. Jan Helmers vertelt over de rijke historie van Martenshoek, over de tijd dat er 42.224 schepen per jaar door de sluis van Martenshoek voeren. “Na Rotterdam was Martenshoek het drukste scheepvaartknooppunt van heel Nederland.”

Helmers woont in Martenshoek, pal aan het Oude Winschoterdiep. Een eindje verderop is hij geboren, als zoon van een scheepsbetimmeraar. “De meeste mensen die hier wonen hebben er hun roots”, begint Helmers. “De Bodewesen bijvoorbeeld. Daar heb je hier een hoop van. Vroeger heette driekwart van de inwoners Bodewes. Ze hadden hier een helling, een werf waar schepen opgebouwd werden. Nog steeds heb je hier een aantal grote scheepswerven. Die van Bodewes bijvoorbeeld. Toen de stad Groningen na de reformatie van 1594 zelfstandig werd, mocht je als katholiek geen overheidsfunctie meer bekleden”, weet Helmers.  “Toen zijn veel katholieken voor zichzelf begonnen in de scheepsbouw. Die schepen waren nodig om het turf mee te vervoeren. In hoogtijdagen, zo vanaf 1750, had je hier 17 scheepswerven, schuine hellingen waar schepen op werden gebouwd. Tuigerijen, mastenmakers, machinefabrieken, scheepsbetimmeraars (zo ook mijn vader), de zeilmakerij; iedereen kwam naar de werf om aan zijn deel van het schip te bouwen. Hier was altijd reuring. Veen was booming business.”

Door het drukke scheepvaartverkeer dat allemaal door de sluis moest om naar Groningen te kunnen varen werd het drukker en drukker in Martenshoek. Er ontstond een bloeiende handel. Steeds meer handelaren vestigden zich er, mannen legden hun schepen aan, vrouwen deden boodschappen. “Martenshoek was de poort van de veenkoloniën. Dat witte huis daar, dat was de kroeg van de scheepsjagers”, wijst Helmers naar de woning aan de overkant van de straat. “In 1920 voeren hier 42.224 schepen door de sluis. Door die enorme drukte rond de sluis kreeg deze de naam ‘Drukke Verlaat’. Op Rotterdam na was Martenshoek het drukste scheepvaartknooppunt van heel Nederland.  Op verschillende plekken ontstonden ‘Hoogholtjes’, een soort brug waar je onder door kunt varen. Dan moest wel met 13 schepen per uur. Als de brug open was, kon je geen kant op. Zat je volledig vast. Die Hoogholtjes zijn karakteristiek voor de Veenkoloniën.”

‘Veel mensen weten het niet maar de allereerste staalgieterij van Nederland stond in Hoogezand’

Essentieel waren ook de gieterijen in Martenshoek, vertelt Helmers. “Als je veel scheepsbouw hebt, heb je ijzerbeslag nodig. Dat gebeurde in gieterijen. Hier precies tegenover vestigde De Muinck Keizer zich, een ijzergieterij. Dat pand staat er nog net zo als toen. Jarenlang werd er alleen gietijzer gegoten. Toen de jonge De Muinck Keizer het bedrijf van zijn opa overnam, wilde hij proberen om ook staal te gieten. Staal heeft veel meer trekkracht dan gietijzer, wist hij. Onmogelijk volgens oude gieterijen. Eigenwijs als hij was probeerde hij het toch. In 1902 deed hij de eerste stap om staal te gieten.  Na heel wat experimenteerwerk lukte dat uiteindelijk. Een absolute doorbraak. Iets dat veel mensen hier niet eens weten: de allereerste staalgieterij van Nederland stond in Hoogezand. Later is De Muinck Keizer door de Nederlandse staat gevraagd om de Hoogovens in IJmuiden op te richten. Hij was een groot industrieel. Deed goede zaken in Martenshoek. Iets dat ook geldt voor Landeweer, een machinefabriek hier even verderop, achter het sigarenwinkeltje van Herman Bodewes. Zij maakten ketels en machines voor watergemalen en veel koloniale fabrieken”, vertelt Helmers terwijl hij in de lach schiet. “Zal ik je eens een leuke anekdote vertellen? Om de steeds groter wordende ketels tussen de panden door te krijgen, werd er een hele ronding uit de muur van het linker pand geslepen. Kijk, hier zie je het op de foto.” Uit een groot wit huis is inderdaad een groot deel van de achterzijde ter grootte van een enorme pijp weggeslepen.

Slimme jongens waren het, de heren die Groningen bestuurden, weet Helmers. De bestuurders van de stad waren dezelfde heren als die het voor het zeggen hadden in de Martinikerk, de hoofdkerk van Groningen. “Zij hadden het recht van collatie. Omdat ze in het stadsbestuur zaten en het in de kerk voor het zeggen hadden, konden ze samen dingen bekonkelevoezen. Dat veen was interessant voor ze, het leverde een hoop geld op. Daarom moest er een kanaal komen zodat de schepen het turf naar Groningen konden vervoeren. Zo is het oude Winschoterdiep ontstaan. Schepen voeren met het turf naar de Turfsingel in de stad, waar het werd opgeslagen. Diezelfde Groninger heren hebben ook het Stadskanaal aangelegd. Heel slim, binnen de gemeentegrenzen van Groningen. Als de Drenten over de kanalen voeren moesten ze tol betalen. Martenshoek (dat zijn naam dankt aan de Martinikerk, red.) was een belangrijke economische factor voor de stad Groningen.”

Omslagpunt

Na de 2e Wereldoorlog kwam het omslagpunt. Het nieuwe Winschoterdiep werd in gebruik genomen. Eigenlijk te laat, vindt Helmers, want vanaf 1920 zag je langzamerhand steeds meer vrachtwagens. “In 1945 was het Winschoterdiep klaar. Maar veel vervoer was toen al overgenomen door vervoer over de wegen. Langzamerhand verplaatsten de werven zich naar het nieuwe Winschoterdiep. Er zijn nog een paar betimmeringsbedrijven en een machinefabriek. In twee maanden maken ze een schip klaar. Bodewes bouwt er 2 à 3 per jaar. Ferus Smit hetzelfde aantal.  Dat is het wel zo’n beetje, denk ik. En je vindt hier nog veel specialisaties. Dekken die hier gemaakt worden gaan de hele wereld over.”

Jan Helmers heeft jarenlang gewerkt als topografisch tekenaar bij de NAM. Maakte onder andere minutieus ingetekende landkaarten. Inmiddels geniet hij van z’n pensioen. Wat overigens niet betekent dat hij stilzit.  Hij deelt zijn schat aan verhalen over de historie van Martenshoek, de Veenkoloniën en de stad en provincie Groningen maar wat graag. Met een bus van het Nationaal Bus Museum dat in zijn achtertuin ligt maakt hij zo’n 40 busritten per jaar. Door de provincie en om de stad. Een absolute aanrader voor wie gek is op prachtige, onbekende verhalen over de indrukwekkende historie die Groningen rijk is. Op 31 staat het eerst volgende ‘Rondje om de stad’ gepland. De sluis van Martenshoek is inmiddels niet meer in functie. Het oude diep is gedempt nadat het nieuwe tracé is gegraven. Maar nog steeds kun je met je boot vanuit Martenshoek de hele wereld over.